Ziekteverzuim op de basisschool kan een aanwijzing zijn voor onderliggende problemen bij kinderen, maar een gestructureerde aanpak om daar tijdig op te reageren ontbreekt vaak. Nederlandse onderzoekers hebben daarom de bestaande interventie ‘Medical Advice for Sick-reported Students’ aangepast voor het primair onderwijs. Deze aangepaste versie, MASS-PS, is volgens betrokken professionals logisch opgebouwd en uitvoerbaar in de praktijk.
Traject met school, ouders en leerling om gezamenlijk de situatie te analyseren en oplossingen bespreken
Het onderzoek beschrijft hoe de oorspronkelijke MASS-interventie, die ontwikkeld is voor het voortgezet onderwijs, is aangepast voor gebruik op de basisschool. MASS heeft als doel ziekteverzuim terug te dringen door vroegtijdige signalering en het organiseren van passende ondersteuning. Wanneer een leerling een bepaalde grens van ziekteverzuim overschrijdt, volgt een traject waarin school, ouders en leerling gezamenlijk de situatie analyseren en mogelijke oplossingen bespreken. Bij complexere of medische problematiek wordt een jeugdarts betrokken, die kijkt vanuit een biopsychosociaal perspectief.
Problemen zijn op die leeftijd vaak nog niet vast te leggen
De aanleiding voor de aanpassing ligt in twee observaties. In het primair onderwijs ontbreekt een systematische werkwijze rond ziekteverzuim, terwijl verzuim al op jonge leeftijd voorkomt. Tegelijk zijn er duidelijke verschillen tussen het basis- en voortgezet onderwijs die maken dat de bestaande interventie niet zonder meer toepasbaar is.
Jongere kinderen zijn minder zelfstandig, waardoor ouders een grotere rol spelen. Problemen zijn op die leeftijd vaak nog niet vast te leggen in een duidelijke diagnose. Daarnaast zijn basisscholen doorgaans kleinschaliger georganiseerd en staan zij dichter bij de leefomgeving van gezinnen.
Uitgangspunten en praktische strategieën
Voor de ontwikkeling van MASS-PS is gebruikgemaakt van de methode ‘intervention mapping’, een stapsgewijze aanpak om interventies systematisch te ontwerpen. In dit onderzoek zijn de eerste vier stappen doorlopen. Daarbij werd literatuuronderzoek gecombineerd met zes focusgroepen met in totaal 27 betrokkenen, waaronder ouders, schoolleiders, intern begeleiders, leerkrachten, jeugdartsen en leerplichtambtenaren.
Op basis daarvan werd een veranderingsmodel opgesteld, gevolgd door de keuze van theoretische uitgangspunten en praktische strategieën. Vervolgens zijn ondersteunende materialen ontwikkeld en getest in twee pretests met professionals.
Nauwelijks onderzoek
Uit het literatuuronderzoek blijkt dat er nauwelijks specifiek onderzoek bestaat naar ziekteverzuim in het basisonderwijs. Wel zijn factoren bekend die samenhangen met schoolverzuim in het algemeen, zoals kenmerken van de thuissituatie, de schoolomgeving en individuele eigenschappen van het kind. Voor het voortgezet onderwijs worden onder meer ziekte, psychische klachten en gezinsproblemen genoemd als oorzaken.
De oorspronkelijke MASS-interventie is in de literatuur de enige uitgewerkte aanpak voor ziekteverzuim. Ook een eerdere pilotstudie laat zien dat omvangrijk ziekteverzuim samenhangt met problemen in de thuisomgeving en andere risicofactoren.
Behoefte aan een duidelijke, gestructureerde aanpak
Uit de gesprekken met stakeholders komt naar voren dat het bewustzijn van ziekteverzuim als mogelijk signaal voor bredere problemen beperkt is bij zowel ouders als schoolprofessionals. Tegelijk geven betrokkenen aan behoefte te hebben aan een duidelijke, gestructureerde aanpak, met aandacht voor registratie en monitoring, vroege signalering en samenwerking met externe deskundigen. Gesprekken met ouders moeten daarbij plaatsvinden vanuit een zorgzame benadering.
Op basis van deze analyse zijn twee doelen voor MASS-PS vastgesteld: het terugdringen van ziekteverzuim en het benutten van verzuim als signaal voor onderliggende fysieke, psychologische of sociale problematiek.
De aangepaste interventie wijkt op drie belangrijke punten af van de oorspronkelijke MASS-aanpak. Ten eerste is de drempel voor uitgebreid ziekteverzuim verlaagd. Waar in het voortgezet onderwijs wordt gewerkt met meer dan zeven aaneengesloten dagen of meer dan drie periodes in vier maanden, is voor het basisonderwijs gekozen voor meer dan zes dagen of meer dan drie periodes in een schooljaar. Daarnaast kunnen ouders en leerkrachten ook eerder ingrijpen wanneer zij signaleren dat het verzuim problematisch dreigt te worden.
Welke vervolgstappen zijn nodig
Ten tweede is een extra consultatiefase toegevoegd binnen de school. Leerkrachten en intern begeleiders hebben vaak al zicht op de situatie van het kind en kunnen deze kennis benutten in overleg met een verzuimcoördinator, meestal de intern begeleider. Dit overlegmoment maakt het mogelijk om informatie te delen en gezamenlijk te bepalen welke vervolgstappen nodig zijn.
Ten derde is de inzet van externe deskundigen verbreed. Naast de jeugdarts kunnen nu ook andere professionals, zoals een maatschappelijk werker of een remedial educationalist, worden betrokken. Dit sluit aan bij de bevinding dat problemen die samenhangen met ziekteverzuim zich niet alleen op medisch vlak voordoen, maar ook in de thuissituatie of de ontwikkeling van het kind.
Wat betekent dit in de praktijk?
Voor basisscholen maakt dit onderzoek duidelijk dat ziekteverzuim niet alleen administratief moet worden bijgehouden, maar ook actief moet worden gebruikt als signaal om mogelijke problemen bij leerlingen vroegtijdig te herkennen en te bespreken.
Voor samenwerking met externe partijen laat de interventie zien dat naast medische expertise ook ondersteuning vanuit bijvoorbeeld maatschappelijk werk relevant kan zijn, afhankelijk van waar de problemen rond het verzuim zich voordoen.
Voor samenwerking met externe partijen laat de interventie zien dat naast medische expertise ook ondersteuning vanuit bijvoorbeeld maatschappelijk werk relevant kan zijn, afhankelijk van waar de problemen rond het verzuim zich voordoen.