Basisschoolleraren bespreken in de klas aanzienlijk vaker etnische diversiteit dan sociaaleconomische verschillen. Wanneer sociaaleconomische thema’s wel aan bod komen, gaat het vooral over inkomensverschillen en veel minder over verschillen in opleidingsniveau tussen gezinnen. Leerlingen merken deze verschillen duidelijk op. Dat blijkt uit Nederlands onderzoek onder 68 leraren en ruim 1100 leerlingen in groep 4 tot en met 6.
Het onderzoek laat zien dat klasgesprekken over culturele achtergrond een vaste plaats hebben in het onderwijs, terwijl gesprekken over sociale ongelijkheid achterblijven. Dat is opvallend, omdat sociaaleconomische verschillen voor kinderen net zo betekenisvol zijn als etnische verschillen en eveneens kunnen bijdragen aan stereotypen en vooroordelen.
Focus op etniciteit, minder op sociaaleconomische achtergrond
In het onderzoek gaven zowel leraren als leerlingen aan dat er vaker wordt gesproken over culturele verschillen dan over sociaaleconomische verschillen. Het verschil tussen die twee was volgens leerlingen groter dan volgens leraren zelf. Dat wijst erop dat leraren wel menen aandacht te besteden aan sociale achtergrond, maar dat leerlingen dit minder sterk zo ervaren.
Binnen het thema sociaaleconomische diversiteit maken leerlingen bovendien onderscheid. Zij geven aan dat leraren vaker praten over verschillen in wat gezinnen zich kunnen veroorloven dan over verschillen in opleidingsniveau van ouders. Gesprekken over opleiding blijven volgens leerlingen duidelijk het minst aanwezig in de klas.
Leerlingen en leraren zien niet altijd hetzelfde
Een belangrijk onderdeel van het onderzoek was de vraag in hoeverre de percepties van leraren en leerlingen met elkaar overeenkomen. Voor gesprekken over etnische diversiteit blijkt dat grotendeels het geval. Leraren die aangeven veel aandacht te besteden aan culturele diversiteit, hebben ook leerlingen die dat zo ervaren.
Voor sociaaleconomische diversiteit ligt dat anders. Leraren die zeggen regelmatig over sociale achtergrond te praten, blijken volgens leerlingen vooral inkomensverschillen te benoemen. Hun leerlingen herkennen deze aandacht nauwelijks wanneer het gaat om verschillen in opleidingsniveau. Dat suggereert dat leraren bij sociaaleconomische diversiteit vooral aan inkomen denken, terwijl opleiding als afzonderlijk thema nauwelijks expliciet wordt besproken.
Achtergrond van leerlingen speelt een rol
De achtergrond van leerlingen blijkt samen te hangen met hoe zij gesprekken over sociaaleconomische diversiteit ervaren. Leerlingen met hogeropgeleide ouders en leerlingen zonder migratieachtergrond rapporteren minder vaak dat hun leraar praat over opleidingsverschillen. Leerlingen met lageropgeleide ouders geven juist vaker aan dat dit onderwerp ter sprake komt.
Daar staat tegenover dat leerlingen uit gezinnen met een hogere materiële welvaart juist vaker gesprekken over opleidingsverschillen rapporteren. Dat onderstreept volgens de onderzoekers dat verschillende aspecten van sociaaleconomische status, zoals inkomen en opleiding, niet op één hoop kunnen worden gegooid. Ze werken verschillend door in hoe kinderen klasgesprekken waarnemen.
Sterk idee in samenleving dat succes vooral het resultaat is van talent en inzet.
De onderzoekers noemen meerdere mogelijke verklaringen voor de beperkte aandacht voor sociaaleconomische diversiteit. Gesprekken over klassenverschillen kunnen voor leraren ongemakkelijk zijn, zeker in een samenleving waarin sterk wordt geloofd in het idee dat succes vooral het resultaat is van talent en inzet. Ongelijkheid wordt daardoor sneller gezien als gerechtvaardigd, wat het moeilijker maakt om er expliciet over te praten.
Daarnaast zijn sociaaleconomische verschillen minder zichtbaar dan etnische verschillen. Culturele achtergrond is vaak direct herkenbaar, terwijl verschillen in opleiding of inkomen subtieler zijn en minder vanzelfsprekend aanleiding geven tot een klassengesprek. Ook speelt mee dat lerarenopleidingen en onderwijsbeleid de afgelopen decennia vooral hebben ingezet op interculturele competenties en multicultureel onderwijs, met weinig aandacht voor sociale ongelijkheid.
Verkleinen van onderwijsongelijkheid
Volgens de onderzoekers is dat een gemiste kans. Eerder onderzoek laat zien dat gesprekken over groepsverschillen kunnen bijdragen aan positievere relaties tussen leerlingen. Dat geldt niet alleen voor etnische groepen, maar mogelijk ook voor sociaaleconomische groepen. Door sociaaleconomische verschillen te bespreken, kunnen scholen bijdragen aan meer begrip en mogelijk ook aan het verkleinen van onderwijsongelijkheid.
Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat leraren zich niet altijd bewust zijn van hoe hun boodschap bij leerlingen overkomt. Vooral bij opleidingsverschillen lijkt er een kloof te bestaan tussen wat leraren denken te communiceren en wat leerlingen daadwerkelijk herkennen als onderwerp van gesprek.
Wat betekent dit in de praktijk?
Voor leraren laat dit onderzoek zien dat gesprekken over diversiteit in de klas sterk leunen op culturele verschillen, terwijl sociaaleconomische verschillen minder expliciet aan bod komen. Wie sociale ongelijkheid wil bespreken, doet dat in de praktijk vooral via inkomensverschillen en veel minder via opleidingsachtergrond.
Voor schoolleiders en lerarenopleidingen maken de resultaten duidelijk dat aandacht voor sociaaleconomische diversiteit niet vanzelf ontstaat. Opleiding en professionalisering richten zich nu vooral op etnische diversiteit, terwijl ondersteuning bij het bespreken van sociale ongelijkheid grotendeels ontbreekt.
Voor beleidsmakers onderstreept het onderzoek het belang van een bredere definitie van diversiteit in het onderwijs. Als scholen willen bijdragen aan kansengelijkheid, vraagt dat niet alleen aandacht voor culturele verschillen, maar ook voor de rol van inkomen en opleiding in het dagelijks leven van leerlingen.
Bron: Boer, I., Thijs, J. & Fleischmann, F. (2026). Discussing diversity in the classroom: do teachers address both ethnic and socioeconomic differences? Social Psychology of Education. DOI: https://doi.org/10.1007/s11218-026-10170-9