Primair onderwijs

Schoolleiders moeten welzijn van beginnende docenten beter borgen

Beginnende docenten die zich gehoord voelen binnen hun school en zich gesteund weten door collega’s, ervaren minder burnoutklachten en meer werkbetrokkenheid. Dat blijkt uit een grootschalig internationaal onderzoek onder ruim drieduizend startende leerkrachten in Nederland, Finland en het Verenigd Koninkrijk.

De eerste jaren in het onderwijs zijn voor veel docenten bepalend voor hun verdere loopbaan. Juist in deze fase is het risico op stress, uitputting en voortijdige uitstroom groot. Eerder onderzoek laat zien dat bijna de helft van de docenten het onderwijs binnen vijf jaar verlaat. Tegelijkertijd is bekend dat goed professioneel welzijn samenhangt met sterkere docent-leerlingrelaties, beter onderwijs en minder verloop. Tegen deze achtergrond onderzochten wetenschappers uit Finland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk welke rol schoolorganisatie en leiderschap spelen in het welzijn van beginnende docenten.

In een grootschalige internationale studie analyseerden zij hoe participatieve besluitvorming binnen scholen en de mate waarin docenten zich passend voelen binnen hun werkomgeving samenhangen met werkbetrokkenheid en burnoutklachten. Daarbij lag de focus expliciet op docenten met minder dan acht jaar werkervaring, omdat deze groep extra kwetsbaar is voor wat in de literatuur vaak wordt aangeduid als een ‘reality shock’: de botsing tussen idealen uit de opleiding en de dagelijkse onderwijspraktijk.

Vergelijking tussen drie onderwijssystemen

De onderzoekers kozen bewust voor een vergelijking tussen het Verenigd Koninkrijk, Nederland en Finland. Deze landen verschillen in opleidingsstructuren, mate van autonomie en ondersteuningssystemen voor startende docenten, maar delen ook belangrijke kenmerken, zoals een publiek gefinancierd onderwijssysteem en een sterke nadruk op professioneel handelen van docenten. Dat maakt het mogelijk om zowel verschillen als overeenkomsten in kaart te brengen.

Voor het onderzoek werd gebruikgemaakt van de Cross-country Early Career Teacher Experience Survey. In totaal namen 3410 beginnende docenten deel, van wie het merendeel werkzaam was in het basisonderwijs of voortgezet onderwijs. De meeste respondenten hadden minder dan vijf jaar werkervaring. De data werden verzameld in de periode 2020–2021, tijdens de COVID-19-pandemie, wat volgens de auteurs relevant is voor de interpretatie van de resultaten.

Meting van besluitvorming, werkomgeving en welzijn

Participatieve besluitvorming werd in de studie opgevat als de mate waarin docenten ervaren dat zij kunnen meepraten en meebeslissen over onderwijsdoelen, curriculumontwikkeling en de invoering van vernieuwingen op school. De afstemming tussen docent en werkomgeving, aangeduid als work-environment fit, had betrekking op ervaren steun, erkenning door collega’s en een positief professioneel klimaat, waaronder een eerlijke taakverdeling en een constructieve omgang met problemen.

Het welzijn van docenten werd gemeten aan de hand van twee componenten. Enerzijds keken de onderzoekers naar werkbetrokkenheid, gekenmerkt door energie, toewijding en opgaan in het werk. Anderzijds onderzochten zij burnoutklachten, waaronder uitputting, cynisme ten opzichte van de schoolgemeenschap en gevoelens van tekortschieten in de interactie met leerlingen. Met geavanceerde statistische modellen konden de onderzoekers deze factoren zowel binnen als tussen landen vergelijken.

Duidelijke samenhang met werkbetrokkenheid

Uit de analyses blijkt dat zowel participatieve besluitvorming als een goede afstemming met de werkomgeving samenhangen met hogere werkbetrokkenheid bij beginnende docenten. Docenten die ervaren dat zij worden betrokken bij beslissingen en zich gewaardeerd voelen binnen hun team, rapporteren meer energie, enthousiasme en betrokkenheid bij hun werk.

Opvallend is dat de afstemming met de werkomgeving in alle drie de landen een sterkere voorspeller was van werkbetrokkenheid dan participatieve besluitvorming zelf. Met andere woorden: erkenning door collega’s, een goede sfeer en een gevoel van erbij horen blijken voor beginnende docenten belangrijker dan formele inspraak alleen.

Buffer tegen burnoutklachten

Naast werkbetrokkenheid bleek ook burnout samen te hangen met de organisatie van het werk. Docenten die een goede werk-environment fit ervaren, rapporteren minder uitputting, minder cynisme richting hun schoolgemeenschap en minder gevoelens van inadequaat functioneren in het contact met leerlingen. Vooral cynisme blijkt sterk samen te hangen met het ervaren werkklimaat.

Participatieve besluitvorming had eveneens een beschermend effect, maar dit was minder consistent. In alle drie de landen hing deelname aan besluitvorming samen met minder cynisme. De relatie met andere burnoutklachten, zoals uitputting en gevoelens van tekortschieten, was vooral zichtbaar bij docenten in het Verenigd Koninkrijk en minder duidelijk in Nederland en Finland.

Verschillen tussen landen

De studie laat duidelijke verschillen zien tussen de drie landen. Nederlandse en Finse docenten rapporteerden hogere niveaus van participatieve besluitvorming en een betere afstemming met hun werkomgeving dan hun Britse collega’s. Ook hun werkbetrokkenheid lag gemiddeld hoger, terwijl Britse docenten vaker tekenen van uitputting en cynisme rapporteerden.

Een uitzondering vormt het gevoel van inadequaat functioneren in de docent-leerlinginteractie. Dit kwam juist vaker voor bij Finse docenten dan bij docenten in Nederland en het Verenigd Koninkrijk. De auteurs benadrukken dat deze verschillen voorzichtig moeten worden geïnterpreteerd, onder meer vanwege verschillen in steekproefgrootte en de gedeeltelijke meetinvariantie van sommige schalen.

Besluitvorming werkt vooral via het werkklimaat

Een belangrijk inzicht uit het onderzoek is dat participatieve besluitvorming vooral indirect bijdraagt aan het welzijn van beginnende docenten. De mogelijkheid om mee te denken over schoolontwikkeling lijkt in de eerste plaats het gevoel van waardering en verbondenheid binnen de school te versterken. Deze verbeterde werk-environment fit hangt vervolgens samen met meer werkbetrokkenheid en minder burnoutklachten.

Dit patroon was vooral zichtbaar in Nederland en Finland. In het Verenigd Koninkrijk had participatieve besluitvorming daarnaast ook een directere relatie met werkbetrokkenheid en sommige burnoutklachten. Volgens de auteurs kan dit wijzen op contextspecifieke verschillen in hoe inspraak en autonomie worden ervaren binnen verschillende onderwijssystemen.

Implicaties voor scholen en schoolleiders

De onderzoekers concluderen dat het welzijn van beginnende docenten in belangrijke mate wordt gevormd in de dagelijkse sociale en professionele context van de school. Een ondersteunend klimaat, waarin docenten zich erkend voelen en waarin samenwerking en respect centraal staan, fungeert in alle drie de landen als een cruciale hulpbron.

Participatieve besluitvorming kan bijdragen aan zo’n klimaat, maar is geen doel op zich. Het effect ervan hangt samen met de mate waarin het daadwerkelijk leidt tot waardering, verbondenheid en een eerlijke verdeling van taken. Voor scholen betekent dit dat aandacht voor collegiale steun, professionele relaties en het dagelijks werk minstens zo belangrijk is als formele inspraakstructuren.

Grenzen van het onderzoek

De auteurs wijzen erop dat het onderzoek gebaseerd is op een momentopname en dat causale conclusies niet kunnen worden getrokken. Ook speelde de COVID-19-pandemie mogelijk een rol in de ervaren werkdruk en het welzijn van docenten, vooral in het Verenigd Koninkrijk waar scholen langer gesloten waren. Daarnaast varieerden de steekproefgroottes sterk tussen de landen.

Desondanks laat de studie zien dat zowel schoolleiderschap als de sociale werkomgeving een belangrijke rol spelen in het welzijn van beginnende docenten. Volgens de onderzoekers onderstreept dit het belang van verder onderzoek naar hoe deze factoren zich ontwikkelen naarmate docenten meer ervaring opdoen en hoe zij in verschillende nationale contexten optimaal kunnen worden ondersteund.

Wat betekent dit in de praktijk?

Beginnende docenten hebben vooral baat bij een werkomgeving waarin ze zich welkom en gewaardeerd voelen. Formele inspraakstructuren helpen, maar zijn geen wondermiddel: het gaat erom dat nieuwe collega’s daadwerkelijk worden gehoord en dat hun inbreng serieus wordt genomen. Schoolleiders doen er goed aan om niet alleen vergaderstructuren op te tuigen, maar actief te investeren in de dagelijkse omgangsvormen op school.

Hoe kun je hiermee aan de slag?

Kijk kritisch naar de begeleiding van starters in je school. Hebben zij een vaste mentor? Worden ze betrokken bij teamoverleg, of zitten ze vooral op de reservebank? Let ook op de informele cultuur: voelen nieuwe docenten zich vrij om vragen te stellen en fouten te maken? Een eerlijke taakverdeling – waarbij starters niet standaard de lastigste klassen krijgen – draagt aantoonbaar bij aan hun welbevinden en voorkomt vroegtijdige uitval.

Ontdek meer onderwerpen