Voortgezet onderwijs

Leerkrachten verbeteren klassenklimaat door samen te experimenteren

Leerkrachten die samen met collega’s systematisch werken aan vraagstukken rond klassenmanagement, weten het pedagogisch klimaat in hun klas duurzaam te verbeteren.

Leerkrachten die samen met collega’s systematisch werken aan vraagstukken rond klassenmanagement, weten het pedagogisch klimaat in hun klas duurzaam te verbeteren. Door gezamenlijk te experimenteren, te reflecteren en bij te sturen, groeit niet alleen de rust en veiligheid in de klas, maar ook het vertrouwen van leerkrachten in hun eigen pedagogisch handelen. Dat blijkt uit een actoronderzoek uitgevoerd door Roel van Goor en Marieke Nugteren binnen een pedagogisch trainingsbureau voor het primair onderwijs  .

Aanleiding voor het onderzoek was een terugkerend probleem dat de auteurs signaleren in de onderwijspraktijk. Kortdurende klassenmanagementtrainingen leveren vaak wel een tijdelijke verbetering op, maar die effecten blijken zelden blijvend. Problemen met onrust, pestgedrag of een onveilig klassenklimaat verdwijnen niet structureel en keren geregeld terug. Trainers en scholen investeren herhaaldelijk in nieuwe interventies, zonder dat dit leidt tot een duurzame verandering in de dagelijkse praktijk.

Hardnekkige patronen in de onderwijspraktijk

Van Goor en Nugteren onderzochten daarom een andere benadering van professionele ontwikkeling, waarin leerkrachten niet alleen deelnemer zijn aan een training, maar ook actief onderzoek doen naar hun eigen handelen. In deze aanpak, aangeduid als actoronderzoek, staat het gezamenlijk analyseren en doorbreken van hardnekkige patronen in de onderwijspraktijk centraal.

Het onderzoek vond plaats binnen de klassenmanagementtrainingen van een pedagogisch expertisebureau. De onderzoekers waren zelf als senior trainers bij deze trainingen betrokken en namen daarmee een dubbele rol op zich. Zij observeerden niet van buitenaf, maar participeerden actief in het proces dat zij onderzochten. Deze werkwijze sluit aan bij het uitgangspunt van actoronderzoek, waarin onderzoek en handelen onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden.

Negatieve groepsdynamiek of een gebrek aan grip bij de leerkracht

De interventie richtte zich op klassen waarin sprake was van aanhoudende onrust, pestgedrag, een negatieve groepsdynamiek of een gebrek aan grip bij de leerkracht. In plaats van een vast trainingsprogramma te volgen, werd gewerkt met een onderzoeksgroep bestaande uit collega-trainers. Deze groep formuleerde samen met de betrokken leerkrachten onderzoeksvragen, ontwikkelde mogelijke interventies en volgde de effecten daarvan in de praktijk.

Kenmerkend voor deze aanpak was het cyclische karakter. Leerkrachten en trainers stelden hypothesen op over wat in een specifieke klas zou kunnen werken, probeerden nieuwe handelingswijzen uit, bespraken de uitkomsten en pasten hun aanpak opnieuw aan. Daarbij werd niet gezocht naar standaardoplossingen, maar naar interventies die aansloten bij de concrete context van de klas en de school.

Storend gedrag verminderde

Uit het onderzoek blijkt dat deze werkwijze leidde tot duidelijke veranderingen in het klassenklimaat. In meerdere klassen nam de rust toe en ontstond een positievere sfeer. Leerlingen raakten meer betrokken bij de lessen en storend gedrag verminderde. Opvallend is dat deze veranderingen niet alleen zichtbaar waren op leerlingniveau, maar ook in het professionele handelen van leerkrachten zelf.

Leerkrachten gaven aan dat zij problemen minder gingen zien als persoonlijke tekortkomingen en meer als gezamenlijke vraagstukken die onderzocht konden worden. Deze verschuiving in perspectief verminderde gevoelens van onzekerheid en faalangst en maakte ruimte voor experimenteren. In plaats van direct corrigerend op te treden, gingen leerkrachten vaker onderzoeken wat er precies gebeurde in de klas en welke interventie passend zou kunnen zijn.

Deze collegiale uitwisseling bleek een belangrijke factor

De onderzoeksgroep fungeerde daarbij als belangrijke steunstructuur. Door ervaringen te delen met collega’s die vergelijkbare situaties meemaakten, voelden leerkrachten zich gesteund en minder alleen. Deze collegiale uitwisseling bleek een belangrijke factor in het volhouden van veranderingen, ook wanneer nieuwe aanpakken niet onmiddellijk het gewenste effect hadden.

Volgens de auteurs ligt de kracht van actoronderzoek in het feit dat het ingrijpt op de onderliggende dynamiek van het onderwijsproces. Problemen in de klas worden niet los gezien van de interacties tussen leerkracht, leerlingen en de bredere schoolcontext. Door die interacties gezamenlijk te onderzoeken, ontstaat ruimte om vastgelopen patronen zichtbaar te maken en te doorbreken.

Trainers ontwikkelden een meer faciliterende rol

Daarnaast leidde het actoronderzoek tot bredere effecten binnen de betrokken scholen. Schoolleiders, interne begeleiders en collega’s raakten meer betrokken bij pedagogische vraagstukken en gingen deze vaker gezamenlijk bespreken. Ook binnen het trainingsbureau zelf leidde de aanpak tot reflectie op de eigen werkwijze. Trainers ontwikkelden een meer faciliterende rol en werden zich bewuster van hun invloed op het leerproces van scholen.

Van Goor en Nugteren concluderen dat actoronderzoek een waardevolle aanvulling vormt op bestaande vormen van professionalisering. De aanpak blijkt met name geschikt voor complexe en hardnekkige vraagstukken, zoals het verbeteren van het klassenklimaat, waarbij standaardtrainingen onvoldoende effect sorteren. Tegelijkertijd benadrukken zij dat succesvolle toepassing vraagt om tijd, ruimte en een schoolcultuur waarin gezamenlijk leren en reflecteren worden ondersteund  

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor leerkrachten laat dit onderzoek zien dat hardnekkige problemen in de klas niet uitsluitend individueel hoeven te worden opgelost. Door samen met collega’s systematisch te onderzoeken wat er gebeurt in de klas en verschillende handelingswijzen uit te proberen, ontstaat meer grip op de groepsdynamiek en groeit het vertrouwen in het eigen pedagogisch handelen.

Voor schoolleiders en intern begeleiders maakt de studie duidelijk dat duurzame verbetering van het klassenklimaat vraagt om structurele ruimte voor gezamenlijke reflectie en experimenteren. Een cultuur waarin problemen worden gezien als gezamenlijke leeropgaven blijkt daarbij cruciaal.

Voor opleiders en trainingsorganisaties onderstreept het onderzoek het belang van een verschuiving van expertgedreven training naar het faciliteren van leerprocessen waarin leerkrachten zelf kennis ontwikkelen op basis van hun eigen praktijk.

Bron: Van Goor, R. & Nugteren, M. (2026). Let leerkrachten werken aan het klassenklimaat. In: Van Steefen e.a. (red.), Impact met actieonderzoek. Een werkwijze in vele disciplines. Den Haag: Boom.

Ontdek meer onderwerpen