Dat blijkt uit grootschalig onderzoek waarin beide beroepsgroepen werden gevraagd welke aanpassingen hen daadwerkelijk zouden motiveren om hun werkweek uit te breiden. Niet het aantal contracturen zelf, maar vooral werkdruk, zeggenschap en inhoud van het werk blijken doorslaggevend.
Het onderzoek is uitgevoerd door Melline Somers en collega’s van de Universiteit Maastricht en richt zich op twee sectoren die al jaren kampen met personeelstekorten. Zowel in de zorg als in het onderwijs wordt vaak gesuggereerd dat die tekorten kunnen worden opgelost als deeltijdwerkers meer uren gaan maken. De onderzoekers stellen de vraag welke arbeidsvoorwaarden daarvoor noodzakelijk zouden zijn.
In Nederland werken verpleegkundigen gemiddeld 26 uur per week en leraren 29 uur. Beide beroepsgroepen bestaan voor ongeveer negentig procent uit vrouwen. In beleidsrapporten en publieke discussies wordt regelmatig gewezen op deze hoge deeltijdgraad als een ‘stille reserve’ op de arbeidsmarkt. Het idee is dat vooral vrouwen hun uren zouden kunnen uitbreiden. Het onderzoek van Somers en collega’s laat zien dat dit beeld te eenvoudig is.
Keuzes tussen hypothetische banen
Om inzicht te krijgen in de afwegingen die verpleegkundigen en leraren maken, gebruikten de onderzoekers een zogenoemd discrete keuze-experiment. In totaal namen 563 verpleegkundigen en 587 leraren deel. Zij kregen telkens twee hypothetische banen voorgelegd en moesten aangeven welke zij zouden kiezen. Elke deelnemer maakte negen van zulke keuzes.
De banen verschilden op zeven kenmerken. Voor beide beroepsgroepen ging het om een structurele netto uurloonverhoging, zeggenschap over werktijden, werkdruk, ondersteuning door collega’s en leidinggevenden, de inhoud van het werk en het aantal contracturen per week. Daarnaast werd voor verpleegkundigen ook reistijd meegenomen en voor leraren de inzet van onderwijsassistenten.
Deelnemers kregen expliciet de instructie dat alle niet genoemde kenmerken gelijk waren, zodat zij hun keuze alleen konden baseren op de gepresenteerde verschillen. Deze opzet maakt het mogelijk om niet alleen voorkeuren in kaart te brengen, maar ook om die voorkeuren te vertalen naar een geldwaarde: hoeveel looncompensatie iemand nodig heeft om een minder aantrekkelijke werksituatie te accepteren.
Werkdruk als grootste struikelblok
Uit de analyses blijkt dat werkdruk voor zowel verpleegkundigen als leraren veruit de belangrijkste factor is. Hoge werkdruk wordt door beide groepen het meest negatief gewaardeerd. Verpleegkundigen hebben gemiddeld een netto uurloonverhoging van 3,26 euro nodig om hoge werkdruk te accepteren. Bij leraren ligt dat bedrag nog hoger, op 4,06 euro per uur.
Na werkdruk verschillen de prioriteiten tussen beide beroepsgroepen. Verpleegkundigen hechten sterk aan de mogelijkheid om veel tijd aan directe patiëntenzorg te besteden. Zij waarderen dat als een loonvoordeel van ongeveer 2,01 euro per uur. Ook zeggenschap over werktijden is voor verpleegkundigen belangrijk, met een waardering van 1,85 euro per uur. De onderzoekers verklaren dit verschil deels uit het feit dat verpleegkundigen vaker met onregelmatige diensten te maken hebben.
Leraren hechten na werkdruk het meeste belang aan sociale ondersteuning. Steun van collega’s en leidinggevenden wordt door hen gewaardeerd als een equivalent van 1,60 euro per uur. Ook voor leraren speelt zeggenschap over werktijden een rol, al is het belang daarvan gemiddeld iets kleiner dan bij verpleegkundigen. De inzet van onderwijsassistenten en meer tijd voor kerntaken, zoals lesgeven, dragen eveneens bij aan de aantrekkelijkheid van een baan, maar wegen minder zwaar dan werkdruk en ondersteuning.
Voorkeur voor korte werkweken
Het onderzoek laat zien dat meer uren werken niet automatisch als aantrekkelijk wordt ervaren. Verpleegkundigen hebben de sterkste voorkeur voor een werkweek van 24 uur, wat dicht bij hun huidige gemiddelde ligt. Leraren zijn ongeveer even tevreden met 24 of 32 uur per week. Voor beide groepen geldt dat een fulltime werkweek van 40 uur duidelijk als onwenselijk wordt ervaren.
Om verpleegkundigen bereid te krijgen hun werkweek van 24 naar 32 uur uit te breiden, is gemiddeld een netto loonverhoging van 2,10 euro per uur nodig. Leraren vragen voor een uitbreiding van 32 naar 40 uur ongeveer 1,99 euro per uur extra. Die gemiddelden verhullen echter grote verschillen tussen groepen werknemers.
Deeltijdwerkers vragen veel hogere compensatie
Wanneer specifiek wordt gekeken naar deeltijdwerkers, blijken de drempels voor uitbreiding veel hoger te liggen. Vrouwelijke deeltijdverpleegkundigen hebben een loonstijging van ongeveer 21 procent nodig om een fulltime contract te accepteren. Bij vrouwelijke deeltijdleraren gaat het zelfs om een vereiste loonstijging van 23 procent. Volgens de onderzoekers maakt dit duidelijk dat werken meer dan 32 uur voor veel deeltijders een fundamentele aantasting van hun welzijn betekent.
De analyses laten zien dat voltijdwerkers anders tegen werkuren aankijken dan deeltijders. Voltijdwerkers zijn vaak min of meer indifferent tussen 32 en 40 uur, terwijl deeltijders juist sterk negatief reageren op een fulltime werkweek. Zorgtaken thuis spelen daarbij minder een rol dan vaak wordt aangenomen; het effect blijft zichtbaar wanneer daarvoor wordt gecontroleerd.
Geen eenvoudige oplossing voor personeelstekorten
De onderzoekers concluderen dat het idee dat personeelstekorten eenvoudig kunnen worden opgelost door deeltijdwerkers meer uren te laten maken, onvoldoende rekening houdt met de realiteit van het werk. Hogere lonen alleen zijn niet genoeg, en gerichte loonprikkels gekoppeld aan fulltime werken zijn volgens hen weinig haalbaar vanwege de hoge compensatie die deeltijders vragen.
Effectiever zijn maatregelen die werkdruk verlagen, sociale ondersteuning versterken en werknemers meer grip geven op hun werktijden en kerntaken. Zulke aanpassingen vergroten de bereidheid om meer te werken, zonder dat dit uitsluitend via forse loonstijgingen hoeft te gebeuren.
Wat betekent dit in de praktijk?
Voor werkgevers in zorg en onderwijs laat dit onderzoek zien dat meer uren werken vooral haalbaar wordt als de werkdruk omlaag gaat. Zolang medewerkers hoge werkdruk ervaren, blijft uitbreiding van contracturen voor velen onaantrekkelijk, ook als er loon tegenover staat.
Voor leidinggevenden is het relevant dat leraren veel waarde hechten aan steun van collega’s en management, terwijl verpleegkundigen naast lagere werkdruk vooral belang hechten aan meer zeggenschap over werktijden en voldoende tijd voor directe patiëntenzorg.
Voor HR en roosteraars maken de resultaten duidelijk dat een standaardroute naar voltijd weinig kansrijk is. Deeltijdwerkers vragen een grote looncompensatie om fulltime te gaan werken, wat erop wijst dat verbetering van werkorganisatie en ondersteuning in de praktijk een belangrijker aangrijpingspunt is dan alleen het opschalen van uren.
Bron: Somers, M., Stolp, T., Burato, F., Groot, W., van Merode, F. & Vooren, M. (2026). Increasing the working hours of nurses and teachers: Evidence from a discrete choice experiment, PLOS One. DOI: https://doi.org/10.1371/journal.pone.0337581