De onderzoekers plaatsen hun studie in een breder wetenschappelijk debat over de vraag wat online contact betekent voor vriendschappen en sociale ontwikkeling in de vroege adolescentie. Juist in deze levensfase zijn hechte relaties met leeftijdsgenoten belangrijk, terwijl contact steeds minder alleen op school of in de buurt plaatsvindt en steeds vaker ook via sociale media verloopt.
In de bestaande literatuur bestaat daarover geen eenduidig beeld. Sommige studies suggereren dat online contact bestaande relaties kan versterken, andere dat het betekenisvolle ontmoetingen in het echte leven juist kan verdringen.
Jongeren krijgen nog te weinig stem in dat debat
De auteurs voegen daar nog een tweede vraag aan toe: hoe werken sociale vaardigheden als empathie, emotieregulatie en het beginnen van contact in een omgeving die deels online en deels offline is? Volgens de onderzoekers krijgen jongeren zelf in dat debat nog te weinig een stem, terwijl zij juist midden in die ontwikkeling staan.
Voor hun onderzoek interviewden de auteurs 26 Nederlandse jongeren van 12 en 13 jaar in het eerste jaar van het voortgezet onderwijs. Vooraf hielden de deelnemers een week lang via een app bij hoeveel online en offline contact zij hadden en hoe dicht zij zich bij vrienden voelden. Die gegevens dienden daarna als vertrekpunt voor semigestructureerde interviews. Het onderzoek is dus nadrukkelijk verkennend en kwalitatief: het wil vooral laten zien hoe jongeren hun eigen sociale leven begrijpen.
Uit die gesprekken komt naar voren dat online contact voor deze jongeren meestal geen vervanging is van hun echte vriendschappen, maar een verlengstuk daarvan. Zij hebben online vooral contact met vrienden die zij al uit het echte leven kennen. WhatsApp en Snapchat spelen daarin de hoofdrol. De gesprekken gaan vaak over alledaagse zaken, praktische afspraken of het delen van bestaande content.
Online en offline werelden van jongeren zijn nauw met elkaar verweven
Volgens de onderzoekers wijst dat erop dat online en offline werelden van jongeren nauw met elkaar verweven zijn. Online communicatie staat niet los van het echte leven, maar bouwt voort op contact dat eerder op school of daarbuiten al is ontstaan. De auteurs zien daarin steun voor de gedachte dat online contact bestaande banden eerder aanvult dan verdringt.
Tegelijk zeggen de jongeren bijna unaniem dat zij persoonlijk contact verkiezen boven contact via een scherm. Echt samenzijn voelt voor hen directer, duidelijker en waardevoller. Ongeveer de helft zegt zich alleen door fysiek contact echt dichtbij anderen te voelen, terwijl de andere helft aangeeft dat online contact óók aan nabijheid kan bijdragen. Het onderzoek laat dus geen simpel tegenstelling zien tussen goed offline en slecht online, maar wel dat offline contact voor de meeste jongeren de sterkste basis van verbondenheid blijft.
Bij empathie missen zij gezichtsuitdrukking en stemtoon
Bij sociale vaardigheden ontstaat een vergelijkbaar gemengd beeld. Jongeren zeggen dat zij empathie, emotieregulatie en het beginnen van contact zowel offline als online gebruiken, maar dat dit online meestal moeilijker is. Vooral bij empathie missen zij gezichtsuitdrukking en stemtoon, waardoor het lastiger is om te zien hoe iemand zich voelt of hoe een bericht precies bedoeld is.
Ook emotieregulatie is online ingewikkelder, omdat misverstanden sneller ontstaan. Alleen bij het beginnen van een gesprek zijn de ervaringen minder eenduidig. Sommige jongeren vinden dat online juist makkelijker, omdat de fysieke afstand minder spannend voelt. Volgens de onderzoekers verdwijnen sociale vaardigheden online dus niet, maar moeten ze in een andere vorm worden toegepast.
Vaker tevreden over het contact
Het opvallendst zijn de bevindingen over smartphonebeleid. Jongeren op scholen met een strikt telefoonbeleid geven vaker aan dat zij zich vooral via fysiek contact verbonden voelen. Zij zijn ook vaker tevreden over de hoeveelheid contact die zij met leeftijdsgenoten hebben. Sommige leerlingen zeggen expliciet dat zij die strengere regels prettig vinden, juist omdat zij daardoor meer echt contact hebben tijdens de schooldag.
De auteurs trekken daar wel geen eenvoudige beleidsconclusie uit. Op scholen met een soepeler telefoonbeleid zeggen jongeren namelijk vaker dat zowel online als offline contact bijdraagt aan hun gevoel van verbondenheid. Volgens de onderzoekers kan dat ermee samenhangen dat online activiteiten op school ook als gezamenlijke sociale momenten worden beleefd. Op school zijn jongeren al fysiek bij elkaar, waardoor telefoongebruik soms een aanvulling is, maar soms ook concurreert met direct contact. Precies daarom waarschuwt het artikel tegen te simpele conclusies.
Regels thuis lijken anders uit te werken
Opvallend is vooral dat regels thuis anders lijken uit te werken dan regels op school. Jongeren met strengere ouderlijke regels geven juist vaker aan dat online contact ook bijdraagt aan verbondenheid, maar zeggen ook vaker dat zij liever meer contact zouden willen.
De auteurs formuleren daar voorzichtig mogelijke verklaringen voor, maar benadrukken dat hun studie daarvoor geen hard causaal bewijs levert. Wel maakt zij duidelijk dat beleid thuis en beleid op school niet zomaar hetzelfde effect hebben.
Smartphonebeleid draait niet alleen om orde, afleiding of lestijd
Voor scholen en docenten is vooral relevant dat smartphonebeleid volgens dit onderzoek niet alleen draait om orde, afleiding of lestijd, maar ook om de sociale structuur van de schooldag. Voor ouders is de opbrengst minder een vaste opvoedregel dan een waarschuwing tegen simplificatie.
En voor het bredere debat laat de studie vooral zien dat jongeren hun online contacten zelf meestal niet beleven als vervanging van vriendschap, maar als onderdeel ervan. Juist daarom pleiten de auteurs ervoor de stem van jongeren serieuzer mee te nemen in discussies over smartphonegebruik.
Wat betekent dit in de praktijk?
Voor scholen en schoolleiders laat dit onderzoek zien dat streng smartphonebeleid kan samenhangen met meer tevredenheid over echt contact tussen leerlingen. Tegelijk maakt de studie duidelijk dat beleid op school een andere uitwerking kan hebben dan regels thuis en dus om een eigen afweging vraagt.
Voor docenten en mentoren is van belang dat sociale vaardigheden als empathie en emotieregulatie online niet verdwijnen, maar wel moeilijker toepasbaar zijn. Dat maakt digitale omgang relevant voor hoe leerlingen steun geven, misverstanden oplossen en vriendschappen onderhouden.
Voor ouders maken de bevindingen duidelijk dat schermtijdregels samenhangen met hoe jongeren hun verbondenheid met leeftijdsgenoten beleven, zonder dat daaruit één eenvoudige opvoedlijn volgt. De onderzoekers benadrukken vooral dat regels beter aansluiten als ook het perspectief van jongeren zelf wordt meegenomen.
Bron: Stolk, T. T. E. J. C., Lockhorst, D., Kester, L., Scholte, R. H. J. & Pouwels, J. L. Adolescents’ Perceptions of Online and Real-Life Peer Interactions and Social Skills. Preprint, nog niet peer reviewed. Lees het onderzoek