Het onderwijs blijkt een cruciale rol te spelen bij het verhogen van de vaccinatiegraad onder kinderen en jongeren uit minderheidsgroepen en sociaal kwetsbare gezinnen. Gerichte interventies die via scholen worden aangeboden, vooral wanneer zij worden gecombineerd met meertalige voorlichting en betrokkenheid van vertrouwde volwassenen, leiden aantoonbaar vaker tot hogere vaccinatiegraad voor bof, mazelen, rode hond en humaan papillomavirus (HPV). Dat blijkt uit een van 36 internationale studies naar vaccinatie-interventies in midden- en hooginkomenslanden door onderzoekers van de VU.
Het risico op ziekte-uitbraken binnen scholen
In veel Europese landen is de vaccinatiegraad onder kinderen uit minderheidsgroepen lager dan gemiddeld. Deze ongelijkheid is zichtbaar binnen het onderwijs, waar scholen regelmatig te maken krijgen met onvolledige vaccinatiestatussen onder leerlingen. Dat vergroot niet alleen het risico op ziekte-uitbraken binnen scholen, maar raakt ook aan bredere vragen over kansengelijkheid, toegankelijkheid van zorg en het bereik van publieke voorzieningen.
Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een Europees project dat zich richt op het verbeteren van vaccinatietoegang voor kinderen in onderbediende gemeenschappen. De onderzoekers wilden specifiek begrijpen welke interventies effectief zijn wanneer scholen een centrale rol spelen, en waarom bepaalde onderwijsgebonden aanpakken in sommige contexten wel werken en in andere niet.
De analyse richt zich op de wisselwerking
De onderzoekers voerden een realistische review uit, een methode die verder gaat dan het vaststellen van effectiviteit alleen. De analyse richt zich op de wisselwerking tussen de onderwijscontext, de ingezette interventies en de mechanismen die leiden tot hogere vaccinatiegraad.
Voor de review werden vijf internationale databases doorzocht op Engelstalige publicaties uit de periode 2005–2022. De selectie richtte zich op studies die interventies beschrijven voor het verhogen van Mazelen- en HPV-vaccinatie onder kinderen en adolescenten uit achtergestelde groepen in midden- en hooginkomenslanden. Uiteindelijk werden 36 studies geïncludeerd, waarvan een substantieel deel interventies beschrijft die (deels) via scholen zijn uitgevoerd.
Twee onderzoekers analyseerden onafhankelijk van elkaar de studies en brachten per interventie in kaart welke contextuele factoren en onderliggende mechanismen samenhingen met succes of falen.
Actieve betrokkenheid van leerlingen, ouders en schoolpersoneel
Schoolgebaseerde interventies blijken vooral effectief wanneer zij meer omvatten dan alleen het aanbieden van informatie. Programma’s die vaccinatievoorlichting combineren met actieve betrokkenheid van leerlingen, ouders en schoolpersoneel laten vaker een stijging in daadwerkelijke vaccinatie zien. Scholen functioneren daarbij als laagdrempelige en vertrouwde omgeving waarin grote groepen jongeren snel bereikt kunnen worden.
Voorlichting via scholen is het meest effectief wanneer deze beschikbaar is in de moedertaal van ouders en leerlingen en wanneer gebruik wordt gemaakt van eenvoudige, helder geformuleerde materialen. Studies laten zien dat zelfs vertaalde informatie onvoldoende effect heeft als het taalniveau te hoog ligt. Educatief materiaal op een laag leesniveau blijkt essentieel om misverstanden over vaccinatie weg te nemen.
Hogere vaccinatiegraad
Daarnaast blijkt dat scholen een belangrijke schakel vormen in het overbruggen van organisatorische drempels. Wanneer vaccinatieprogramma’s gekoppeld zijn aan bestaande schoolstructuren, bijvoorbeeld via het verspreiden en innemen van toestemmingsformulieren of door vaccinaties op school aan te bieden, neemt de deelname toe. In sommige situaties leidde het versoepelen van toestemmingsprocedures binnen het schoolsysteem tot een hogere vaccinatiegraad onder leerlingen uit kwetsbare gezinnen.
Het onderzoek laat ook zien dat losse voorlichtingsactiviteiten op school vaak onvoldoende zijn. Pas wanneer educatie wordt gecombineerd met andere elementen, zoals betrokkenheid van zorgverleners, follow-up richting ouders of organisatorische ondersteuning, vertaalt kennis zich vaker in daadwerkelijke vaccinatie.
Verkleinen van vaccinatieverschillen
De onderzoekers concluderen dat scholen een centrale rol kunnen spelen bij het verkleinen van vaccinatieverschillen tussen leerlinggroepen, maar dat onderwijsinterventies alleen effectief zijn wanneer zij contextgevoelig en meerlagig zijn. Er bestaat geen standaardaanpak die voor alle scholen en alle leerlingpopulaties werkt.
De grootste kans op effect wordt gezien bij interventies die onderwijs, oudercommunicatie en ondersteuning vanuit het zorgsysteem combineren. Daarbij zijn vertrouwen, duidelijke communicatie en aansluiting bij de leefwereld van leerlingen en ouders doorslaggevend.
Wat betekent dit in de praktijk?
Voor ouders laat het onderzoek zien dat kiezen voor een diverse schoolomgeving niet automatisch leidt tot wederzijds begrip of harmonie. Ook ouders die diversiteit expliciet omarmen, lopen in de dagelijkse praktijk tegen spanningen aan wanneer waarden, opvoedingsnormen en verwachtingen botsen. Samenleven met verschil vraagt voortdurende, vaak ongemakkelijke inspanning en zelfreflectie.
Voor scholen maakt het onderzoek zichtbaar dat diversiteit niet alleen een kwestie is van samenstelling, maar ook van interactie. Scholen fungeren als een belangrijke ontmoetingsplek waar verschillen expliciet worden gemaakt en soms worden uitvergroot. Hoe scholen omgaan met gevoelige onderwerpen, zoals seksuele voorlichting of ouderparticipatie, beïnvloedt direct hoe ouders ruimte ervaren om met verschil om te gaan.
Voor beleid en debat onderstreept het onderzoek dat integratie geen eenrichtingsproces is. Het aantrekken van ouders zonder migratieachtergrond naar zogenoemde meerderheids-minderheidscontexten is onvoldoende wanneer geen aandacht wordt besteed aan de dagelijkse praktijk van aanpassing, machtsverhoudingen en grenzen aan bereidheid tot meebewegen. Diversiteit vraagt actief onderhoud, ook van degenen die zichzelf als open en progressief beschouwen.
Bron: Schut, J. (2026). Beyond appreciation: How people without migration background engage with difference in majority–minority contexts. PhD-thesis, Vrije Universiteit Amsterdam. https://doi.org/10.5463/thesis.1467