Voortgezet onderwijs

Onderwijsvernieuwing strandt vaak door gebrek aan sociaal kapitaal

Waarom beklijven onderwijsvernieuwingen zo vaak niet, ondanks goede ideeën en veel inzet? Onderzoekers van de Hogeschool Utrecht laten zien dat het antwoord niet alleen ligt in betere kennis of sterkere plannen, maar vooral in de sociale structuur waarin die vernieuwingen landen.

De Utrechtse onderzoekers hebben met hun zogenoemde KINoS-raamwerk maakt zichtbaar dat netwerken, onderling vertrouwen en gedeelde opvattingen binnen onderwijsorganisaties doorslaggevend zijn voor de vraag of innovaties zich verspreiden en daadwerkelijk onderdeel worden van het dagelijkse onderwijs.

Worden nooit echt geïntegreerd in routines en overtuigingen van professionals.

Onderwijsinstellingen staan onder voortdurende druk om zich aan te passen aan maatschappelijke, technologische en economische veranderingen. Van digitalisering en inclusiever onderwijs tot nieuwe vormen van toetsing: de roep om vernieuwing is groot. Tegelijkertijd blijkt uit de praktijk dat veel veranderingsinitiatieven niet beklijven. Ze blijven beperkt tot kleine groepen, verdwijnen na verloop van tijd of worden nooit echt geïntegreerd in routines en overtuigingen van professionals.

Volgens de onderzoekers heeft dit te maken met de complexiteit van onderwijsverandering. Verandering voltrekt zich niet langs een rechte lijn, maar vraagt om afstemming tussen uiteenlopende perspectieven, professionele normen en organisatorische contexten. Bestaande veranderingsmodellen schieten hierin vaak tekort, omdat zij processen vereenvoudigen en onvoldoende oog hebben voor de wisselwerking tussen kennis, relaties en organisatiecultuur.

Eerder onderzoek naar sociale netwerken in het onderwijs heeft al laten zien dat de structuur van netwerken invloed heeft op leren, kennisdeling en innovatie. Dichtheid van netwerken, centrale actoren en bruggen tussen groepen bepalen mede wie toegang heeft tot nieuwe ideeën en hoe die zich verspreiden. Die studies blijven echter vaak steken bij het beschrijven van verbindingen, zonder te verklaren waarom sommige netwerken verandering daadwerkelijk dragen en andere niet.

Vertrouwen en gedeelde waarden in samenwerking

De onderzoekers ontwikkelden daarom een nieuw conceptueel raamwerk door drie onderzoekstradities met elkaar te verbinden. Het SECI-model van kenniscreatie beschrijft hoe impliciete en expliciete kennis elkaar afwisselen en versterken binnen organisaties. De diffusietheorie van innovaties verklaart hoe nieuwe ideeën en praktijken zich verspreiden binnen sociale systemen. De theorie van sociaal kapitaal richt zich op de rol van netwerken, vertrouwen en gedeelde waarden in samenwerking en kennisuitwisseling.

Deze integratie leidde tot het KINoS-raamwerk, een afkorting die verwijst naar beweging en interactie. Het raamwerk beschrijft duurzame onderwijsverandering langs drie samenhangende dimensies. Lengte verwijst naar de vraag of verandering standhoudt over de tijd. Breedte gaat over de verspreiding van vernieuwingen over personen, teams en organisaties. Diepte heeft betrekking op de mate waarin veranderingen worden verankerd in overtuigingen, routines en professioneel handelen.

De rol van sociaal kapitaal

Centraal in het raamwerk staat sociaal kapitaal, dat volgens de onderzoekers uit drie dimensies bestaat. Structureel sociaal kapitaal heeft betrekking op de opbouw van netwerken en de mogelijkheden tot interactie. Het vormt de infrastructuur waarlangs kennis kan ontstaan, worden gedeeld en ingebed. Netwerken tussen collega’s, gezamenlijke lesobservaties en professionele bijeenkomsten maken het mogelijk dat inzichten zich niet beperken tot individuen, maar een bredere groep bereiken.

Relationeel sociaal kapitaal gaat over de kwaliteit van die relaties. Vertrouwen, gedeelde normen en wederkerigheid bepalen of professionals bereid zijn kennis te delen en toe te passen. Juist impliciete kennis, twijfels en ervaringen vragen om een veilige omgeving. Zonder vertrouwen blijven zulke inzichten vaak onuitgesproken, terwijl ze essentieel zijn voor betekenisvolle verandering.

Eenvoudiger om nieuwe kennis te duiden

Cognitief sociaal kapitaal verwijst naar gedeelde begrippen, doelen en referentiekaders. Het helpt professionals om elkaars ideeën te begrijpen en op waarde te schatten. Wanneer er overeenstemming bestaat over wat belangrijk is en waar men naartoe wil, wordt het eenvoudiger om nieuwe kennis te duiden en te vertalen naar de eigen praktijk.

Daarnaast onderscheiden de onderzoekers drie vormen van sociaal kapitaal. Bindend sociaal kapitaal speelt zich af binnen hechte, relatief homogene groepen, zoals teams, en bevordert onderlinge steun en vertrouwen. Overbruggend sociaal kapitaal verbindt verschillende groepen en netwerken, waardoor toegang ontstaat tot nieuwe perspectieven en ideeën. Verbindend sociaal kapitaal legt relaties met hogere organisatieniveaus en externe instanties en kan zorgen voor middelen, besluitvorming en legitimiteit.

kenniscreatie en kennisverspreiding kunnen niet los van elkaar worden gezien

Een belangrijke uitkomst van het onderzoek is dat kenniscreatie en kennisverspreiding niet los van elkaar kunnen worden gezien, en al helemaal niet los van sociaal kapitaal. Zonder sterke sociale relaties blijft kennis vaak hangen in afzonderlijke delen van de organisatie. Verspreiding stokt en veranderingen missen diepte en duurzaamheid.

Volgens de onderzoekers verklaart dit waarom veel fase-gebaseerde veranderingsmodellen tekortschieten. Ze doen onvoldoende recht aan het dynamische karakter van onderwijsvernieuwing, waarin voortdurende terugkoppeling, gezamenlijke reflectie en herinterpretatie nodig zijn. Sociaal kapitaal fungeert daarbij als smeermiddel dat co-creatie en integratie van kennis mogelijk maakt.

Onderliggende sociale factoren

Het KINoS-raamwerk is bedoeld als denk- en werkinstrument voor onderwijsprofessionals, leidinggevenden en beleidsmakers. Het helpt om scherp te krijgen waar een veranderingsproces vastloopt. Gaat het om een gebrek aan kennis, om onvoldoende verspreiding, of vooral om zwakke relaties en netwerken?

Bij de invoering van bijvoorbeeld nieuwe digitale toetsvormen kan het raamwerk zichtbaar maken dat de technische kennis wel aanwezig is, maar dat gebrek aan vertrouwen of gezamenlijke doelen de toepassing belemmert. Door die onderliggende sociale factoren expliciet te adresseren, ontstaat ruimte voor gerichtere interventies, zoals het versterken van professionele leergemeenschappen of het stimuleren van uitwisseling tussen teams.

Kennisprocessen en onderwijsverandering

De onderzoekers benadrukken dat het KINoS-raamwerk vooral een analytische lens biedt. De toepassing in concrete onderwijscontexten vraagt om verdere empirische toetsing. Toekomstig onderzoek zou zich moeten richten op langdurige studies waarin interviews, groepsgesprekken en netwerkanalyses worden gecombineerd om beter te begrijpen hoe verschillende vormen van sociaal kapitaal samenhangen met kennisprocessen en onderwijsverandering.

Ook zien zij ruimte voor het ontwikkelen en testen van interventies die expliciet gericht zijn op het versterken van sociaal kapitaal, om zo kenniscreatie en -verspreiding te ondersteunen.

Het KINoS-raamwerk laat zien dat duurzame onderwijsvernieuwing meer vraagt dan goede ideeën of effectieve methoden. Verandering wordt pas blijvend wanneer kennis gezamenlijk wordt opgebouwd, gedeeld en verankerd in een netwerk van professionele relaties. Investeren in vertrouwen, samenwerking en gedeeld begrip blijkt daarmee geen bijzaak, maar een voorwaarde voor onderwijsvernieuwing die werkelijk standhoudt.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor schoolleiders en bestuurders maakt dit onderzoek duidelijk dat investeren in netwerken en vertrouwen geen vrijblijvende randvoorwaarde is, maar een kernonderdeel van succesvolle onderwijsvernieuwing. Zonder aandacht voor onderlinge relaties en gedeelde doelen blijven innovaties kwetsbaar en tijdelijk.

Voor leraren en docententeams onderstreept het raamwerk het belang van professionele uitwisseling en gezamenlijke reflectie. Ruimte om ervaringen, twijfels en ideeën te delen vergroot de kans dat nieuwe praktijken niet alleen worden uitgeprobeerd, maar ook worden doorontwikkeld en ingebed.

Voor beleidsmakers laat het KINoS-raamwerk zien dat beleid gericht op onderwijsvernieuwing alleen effect heeft als het ook sociale verbindingen ondersteunt, bijvoorbeeld door samenwerking tussen instellingen te stimuleren en tijd en middelen beschikbaar te stellen voor collectief leren.

Bron: Van den Boom-Muilenburg, S.N. & Vanlommel, K. (2025). KINoS: Integrating knowledge creation, knowledge diffusion and social capital for sustainable educational change, Journal of Professional Capital and Community. DOI: https://doi.org/10.1108/JPCC-04-2025-0042

Ontdek meer onderwerpen