Voortgezet onderwijs

Nederlandse scholieren zien roken en drinken als steeds schadelijker, terwijl zorgen over dagelijks cannabisgebruik afnemen

Tussen 2003 en 2023 zijn Nederlandse middelbare scholieren tabak en alcohol in toenemende mate als schadelijk gaan beschouwen. Tegelijkertijd is de perceptie van de schadelijkheid van dagelijks cannabisgebruik juist afgenomen.

Deze verschuivingen in risicoperceptie deden zich voor in een periode waarin het daadwerkelijke gebruik van tabak, alcohol en cannabis onder jongeren sterk terugliep.

Het Trimbos-instituut onderzocht deze ontwikkelingen omdat de inschatting van schadelijkheid een belangrijke voorspeller is van middelengebruik onder jongeren. Eerder onderzoek laat zien dat er een omgekeerde relatie bestaat tussen hoe schadelijk jongeren een middel vinden en de kans dat zij het gebruiken. Hoewel het gebruik van tabak, alcohol en cannabis in veel westerse landen al langere tijd daalt, was minder goed in kaart gebracht hoe de bijbehorende risicobeelden zich over dezelfde periode hebben ontwikkeld. Inzicht daarin is relevant voor de vormgeving en bijstelling van preventiebeleid.

40.690 leerlingen van 12 tot en met 16 jaar

De analyse is gebaseerd op gegevens uit zes meetrondes van de Nederlandse Scholierenmonitor, een grootschalig landelijk schoolonderzoek dat sinds 1984 periodiek wordt uitgevoerd. Voor deze studie zijn gegevens gebruikt van 40.690 leerlingen van 12 tot en met 16 jaar uit het voortgezet onderwijs, verzameld tussen 2003 en 2023. De vragenlijsten werden afgenomen op scholen tijdens reguliere lestijd, onder toezicht van getrainde onderzoeksassistenten of, in de meest recente meting, docenten. Deelname was vrijwillig en de vragenlijsten waren volledig anoniem.

Leerlingen werd gevraagd hoe schadelijk zij verschillende vormen van middelengebruik vonden. Bij tabak en cannabis ging het om occasioneel gebruik en dagelijks gebruik. Bij alcohol werd gevraagd naar het drinken van vijf of meer glazen in het weekend en naar dagelijks gebruik van één tot twee glazen. Antwoorden varieerden van ‘niet schadelijk’ tot ‘zeer schadelijk’ en zijn voor de analyse samengevoegd tot wel of niet schadelijk. Daarnaast rapporteerden leerlingen of zij tabak, alcohol of cannabis hadden gebruikt in verschillende tijdsperiodes, waaronder de afgelopen maand of het afgelopen jaar.

De perceptie van de schadelijkheid van roken nam sterk toe

De uitkomsten laten duidelijke verschillen zien tussen de middelen. De perceptie van de schadelijkheid van roken nam sterk toe. In 2003 vond 28 procent van de leerlingen occasioneel roken schadelijk; in 2023 was dat 82 procent. Dagelijks roken werd in 2003 al door een ruime meerderheid als schadelijk gezien en dit aandeel steeg licht maar significant van 94 naar 96 procent.

Ook bij alcohol verschoof het risicobeeld. Het aandeel leerlingen dat het drinken van vijf of meer glazen per weekend als schadelijk beschouwde, nam toe van 65 naar 77 procent. De grootste verandering deed zich voor bij dagelijks alcoholgebruik. In 2003 vond 42 procent dit schadelijk, tegenover 83 procent in 2023. Deze toename vond vooral plaats in de eerste jaren van de onderzochte periode.

Bij cannabis is een ander patroon zichtbaar. De perceptie van de schadelijkheid van occasioneel cannabisgebruik nam over de hele periode licht toe, maar dit effect verdween wanneer rekening werd gehouden met veranderingen in het daadwerkelijke gebruik. Opvallender is dat het aandeel leerlingen dat dagelijks cannabisgebruik als schadelijk beschouwde daalde van 89 procent in 2003 naar 84 procent in 2023.

Deze dalingen sluiten aan bij trends die ook in andere westerse landen zijn waargenomen

Deze veranderingen in risicoperceptie gingen samen met een sterke daling van het daadwerkelijke middelengebruik. Het aandeel leerlingen dat in de afgelopen maand had gerookt nam met 55 procent af. Alcoholgebruik in de afgelopen maand daalde met ruim 61 procent en cannabisgebruik in de afgelopen maand met 44 procent. Deze dalingen sluiten aan bij trends die ook in andere westerse landen zijn waargenomen.

De onderzoekers constateerden bovendien dat veranderingen in risicoperceptie sterker waren onder leerlingen die het betreffende middel zelf gebruikten dan onder niet-gebruikers. Zo nam het aandeel rokers dat occasioneel roken als schadelijk beschouwde toe van 16 naar 64 procent, terwijl dit onder niet-rokers steeg van 31 naar 84 procent. Volgens de onderzoekers kan dit erop wijzen dat niet-gebruikers al vroeg relatief hoge risicopercepties hadden, waardoor er minder ruimte was voor verdere toename.

Een verschuiving in sociale normen

Voor tabak en alcohol wijzen de auteurs op een samenhang met beleidsmaatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen. Zij noemen onder meer de verhoging van de wettelijke minimumleeftijd voor aankoop van tabak en alcohol van 16 naar 18 jaar in 2014, accijnsverhogingen, rookverboden in openbare ruimten en preventiecampagnes zoals Rookvrije Generatie en NIX18. Deze maatregelen vallen samen met een verschuiving in sociale normen en een grotere zichtbaarheid van gezondheidsrisico’s.

De situatie rond cannabis is volgens de onderzoekers complexer. Nederland kent een gedoogbeleid voor verkoop via coffeeshops, terwijl de productie lange tijd illegaal bleef. In recente jaren is gestart met experimenten rond een gereguleerde cannabisketen. Het is onduidelijk in hoeverre deze beleidsdiscussies en experimenten invloed hebben gehad op de risicopercepties van jongeren. Daarnaast wijzen de auteurs erop dat cannabis in Nederland vaak in combinatie met tabak wordt gebruikt, waardoor de sterke daling van het roken mogelijk ook heeft bijgedragen aan de afname van cannabisgebruik.

Een samenspel van factoren

De studie laat zien dat een afnemende perceptie van schadelijkheid niet automatisch leidt tot meer gebruik. Tegelijkertijd benadrukken de onderzoekers dat de dalende inschatting van de risico’s van dagelijks cannabisgebruik aandacht verdient. Zij stellen dat middelengebruik wordt beïnvloed door een samenspel van factoren, waaronder beschikbaarheid, sociale omgeving, media en bredere economische en culturele ontwikkelingen. Preventiestrategieën die uitsluitend inzetten op het verhogen van risicopercepties achten zij daarom onvoldoende.

Handelingsperspectief

De auteurs formuleren geen directe aanbevelingen voor de praktijk, maar benadrukken wel dat veranderingen in risicopercepties een relevant aandachtspunt vormen voor beleid en preventie. Met name de afname in de waargenomen schadelijkheid van dagelijks cannabisgebruik vraagt volgens de onderzoekers om voortdurende monitoring, om mogelijke toekomstige veranderingen in gebruik tijdig te signaleren.

Daarnaast laten de bevindingen zien dat risicoperceptie slechts één van de factoren is die middelengebruik beïnvloeden. Preventiebeleid dat uitsluitend inzet op het vergroten van ervaren schadelijkheid achten de onderzoekers daarom onvoldoende; zij wijzen op het belang van een bredere benadering waarin ook regelgeving, beschikbaarheid en sociale normen een rol spelen.

Ontdek meer onderwerpen