Dat blijkt uit onderzoek onder 296 leerlingen van vier middelbare scholen, waarin jongeren hun ideeën over gezonde en duurzame voeding vooral verbinden aan onderwijs, schoolomgeving en overheidsbeleid. Hoewel twee derde van de leerlingen gezonde voeding belangrijk vindt, hecht slechts een minderheid evenveel waarde aan duurzaamheid. Oplossingen zoeken zij vooral buiten zichzelf: bij scholen, overheid en voedselbedrijven.
Juist op school worden kennis, normen en routines rond voeding gevormd
De adolescentie is een cruciale fase voor voedingseducatie. Jongeren ontwikkelen in deze periode meer autonomie, maar brengen tegelijkertijd een groot deel van hun tijd door in een sterk gestructureerde onderwijsomgeving. Juist op school worden kennis, normen en routines rond voeding gevormd. Tegelijkertijd laten cijfers zien dat Nederlandse scholieren niet volgens voedingsrichtlijnen eten: slechts 38 procent eet dagelijks fruit en een even groot aandeel dagelijks groenten. Dat onderstreept de vraag hoe effectief onderwijs en schoolinterventies zijn bij het bevorderen van gezonde en duurzame eetpatronen.
Tot nu toe richt voedingseducatie in het voortgezet onderwijs zich vooral op kennisoverdracht, bijvoorbeeld via lessen over gezonde voeding. Eerder onderzoek laat echter zien dat zulke schoolinterventies nauwelijks leiden tot blijvende gedragsverandering. Traditionele onderwijsbenaderingen sluiten vaak onvoldoende aan bij de behoefte van adolescenten aan autonomie en sociale erkenning, waardoor de impact op hun dagelijkse keuzes beperkt blijft.
Het onderzoek werd uitgevoerd tussen mei en december 2023 op vier Nederlandse middelbare scholen door onderzoekers van Wageningen University & Research en het Louis Bolk Instituut. De studie combineerde vragenlijsten, focusgroepen, klassengesprekken en groepsopdrachten. Alle onderdelen vonden plaats binnen de schoolcontext en waren ingebed in reguliere lestijd.
De onderzoeksopzet werd in samenwerking met docenten ontwikkeld
Deelnemers waren leerlingen van vmbo-, havo- en vwo-niveau, afkomstig uit zowel stedelijke als landelijke regio’s. De onderzoeksopzet werd in samenwerking met docenten ontwikkeld, zodat de activiteiten ook als educatief materiaal konden worden ingezet.
Tijdens klassengesprekken op school bleken leerlingen een helder beeld te hebben van wat zij onder gezonde voeding verstaan. Fruit, groenten en biologische producten werden het vaakst genoemd. Ook vegetarische voeding en dierenwelzijn kwamen ter sprake. Gezond eten koppelden leerlingen aan fit blijven, een gezond gewicht en het voorkomen van ziekte. Duurzame voeding werd vooral verbonden aan klimaat, natuur en dierenwelzijn, maar minder concreet uitgewerkt.
Havisten en vwo’ers hechten meer waarde aan duurzaamheid dan vmbo-leerlingen
Uit de vragenlijsten blijkt dat 68 procent van de leerlingen gezonde voeding belangrijk vindt, tegenover 21 procent voor duurzame voeding. Opvallend is dat één op de acht leerlingen aangeeft niet te weten wat duurzame voeding precies inhoudt. Binnen het onderwijs bestaan duidelijke verschillen: leerlingen uit havo- en vwo-klassen hechten meer waarde aan duurzaamheid dan vmbo-leerlingen, en leerlingen op stedelijke scholen vinden gezonde voeding belangrijker dan hun leeftijdsgenoten op landelijke scholen.
In focusgroepen gaven leerlingen aan dat zij hun eigen voedselkeuzes buiten school en thuis vooral laten bepalen door smaak en prijs. Voor zowel gezonde als duurzame voeding leggen zij de verantwoordelijkheid vooral bij hun ouders en verzorgers. Thuis, zo redeneren zij, wordt er vanzelf gezond gegeten. Duurzaamheid ervaren zij als iets waar zij op school wel over horen, maar waar zij zelf weinig grip op hebben. Meerdere leerlingen gaven aan dat zij te weinig kennis hebben om duurzame keuzes te maken en dat het voedselsysteem buiten hun invloed ligt.
Schoolkantines kunnen duidelijke gezonder en duurzamer
Wanneer leerlingen in groepsopdrachten mochten nadenken over oplossingen, richtten zij zich nadrukkelijk op veranderingen in en rond school. De meeste voorstellen gingen over de voedselomgeving: goedkoper maken van gezonde en duurzame producten, duurder maken van ongezonde opties en het aanbieden van gratis of betaalbaar eten op school. Schoolkantines kwamen daarbij expliciet in beeld als plek waar het aanbod gezonder en duurzamer kan worden ingericht.
Ook het onderwijsniveau overstijgende systeem werd genoemd. Leerlingen pleitten voor meer duurzame voedselproductie, betere dierenwelzijnsnormen en overheidsregels die gezonde en duurzame voeding toegankelijker maken. De overheid zagen zij als een cruciale actor, bijvoorbeeld door belastingen te verlagen op biologische producten en te investeren in gezonde alternatieven voor fastfood. Scholen worden daarbij gezien als schakel tussen beleid en dagelijkse praktijk.
Weinig aandacht voor individuele verantwoordelijkheid
Opvallend is dat leerlingen relatief weinig aandacht besteedden aan individuele gedragsverandering of aan sociale processen binnen de school, zoals groepsnormen of voorbeeldgedrag van medeleerlingen en docenten. Slechts een klein aantal groepen stelde voor dat leerlingen zelf hun eetgedrag zouden aanpassen. Onderwijs en communicatie werden wel genoemd, maar duidelijk minder vaak dan structurele maatregelen in de schoolomgeving.
Aansluiten bij waarden die leerlingen belangrijk vinden
De bevindingen laten zien dat leerlingen het onderwijs vooral zien als context waar gezonde voeding kan worden gefaciliteerd, maar minder als plek waar zij zelf leren verantwoordelijkheid te nemen voor duurzame keuzes. Gezonde voeding wordt beter begrepen en persoonlijk relevanter ervaren dan duurzame voeding. Willen scholen duurzaamheid een stevigere plek geven, dan vraagt dat om onderwijs dat aansluit bij waarden die leerlingen belangrijk vinden, zoals rechtvaardigheid en betaalbaarheid, en om een schoolomgeving die deze lessen zichtbaar ondersteunt.
Het onderzoek onderstreept daarmee het belang van onderwijs dat verder gaat dan kennisoverdracht. Scholen kunnen een rol spelen door samen met leerlingen, docenten en beleidsmakers na te denken over hoe gezonde en duurzame voeding in de dagelijkse schoolpraktijk vorm krijgt. Jongeren roepen daarbij nadrukkelijk op tot structurele veranderingen, waarin onderwijs, overheid en voedselvoorziening samen optrekken.
Wat betekent dit in de praktijk?
Voor scholen en schoolbesturen laat dit onderzoek zien dat scholieren oplossingen vooral zoeken in de schoolomgeving zelf, met name in prijs en aanbod. Als scholen gezonde en duurzame keuzes willen stimuleren, noemen leerlingen vooral een betaalbaar aanbod in en rond school en meer gezonde en duurzame opties in de kantine en andere verkooppunten.
Voor docenten en curriculumontwikkelaars maken de resultaten duidelijk dat leerlingen gezonde voeding beter begrijpen en relevanter vinden dan duurzame voeding, terwijl een deel aangeeft niet te weten wat duurzaam eten precies is. In lessen over voeding kan het helpen om duurzaamheid concreter te maken en expliciet te verbinden aan thema’s die leerlingen in het onderzoek zelf noemen, zoals betaalbaarheid, eerlijkheid en dierenwelzijn.
Voor kantinebeheerders en gemeenten wijzen de voorstellen van leerlingen vooral richting structurele aanpassingen: gezondere en duurzamere producten goedkoper maken en minder gezonde opties minder aantrekkelijk. Leerlingen zien daarbij een duidelijke rol voor overheidsbeleid en afspraken met aanbieders, omdat zij hun eigen invloed op duurzame keuzes als beperkt ervaren.
Bron: Mesch, A., Hoefnagels, F., Gulikers, J., Wesselink, R., Winkens, L.H.H., Raghoebar, S. & Haveman-Nies, A. (2026). Making sense of healthy and sustainable food: adolescents’ voices on what it means, why it matters, and future change, Health Promotion International, 41(1), daaf230. DOI: https://doi.org/10.1093/heapro/daaf230