Primair onderwijs

Medeleerlingen bepalen wie slachtoffer van pesten blijft na overgang naar middelbare school

Vriendschappen spelen een doorslaggevende rol bij de vraag of pesten zich voortzet na de overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs. Dat blijkt uit Nederlands longitudinaal onderzoek onder 193 leerlingen.

Kinderen die samen met ten minste één vriend overstappen naar hun nieuwe klas, lopen minder risico om als slachtoffer van persten te worden, dan kinderen die overstappen met klasgenoten die geen vrienden zijn. In die laatste groep blijkt de kans groter dat pesten na de overgang voortduurt.

De overgang van groep 8 naar de brugklas geldt vaak als een moment waarop kinderen sociaal opnieuw kunnen beginnen. Ouders en scholen hopen dat leerlingen die in het basisonderwijs werden gepest, in het voortgezet onderwijs een andere positie kunnen innemen. Eerder onderzoek laat zien dat zo’n overgang inderdaad ruimte kan bieden voor verandering, maar ook dat pesten gemiddeld genomen redelijk stabiel blijft over de schoolovergang heen. Niet alle kinderen slagen er dus in hun slachtofferrol achter zich te laten.

De sociale context van de overstap kreeg veel minder aandacht

De onderzoekers wilden daarom preciezer vaststellen onder welke omstandigheden een nieuwe start wel of niet lukt. Tot nu toe lag de nadruk in onderzoek vooral op individuele kenmerken van slachtoffers, zoals sociaal gedrag of zelfbeeld. De sociale context van de overstap kreeg veel minder aandacht. In deze studie staat juist die context centraal, en dan specifiek de vraag of leerlingen de overstap maken met klasgenoten uit de basisschool, en zo ja, wat voor relatie zij met die klasgenoten hadden.

Wanneer leerlingen bekenden uit hun oude klas meenemen naar de nieuwe school, kan dat twee kanten op werken. Enerzijds kan bekende sociale steun bescherming bieden. Anderzijds bestaat het risico dat negatieve reputaties uit het basisonderwijs worden meegenomen en doorgegeven aan nieuwe klasgenoten, waardoor oude verhoudingen zich opnieuw vormen.

Nijmeegse Longitudinale Studie

Het onderzoek maakte gebruik van gegevens uit de Nijmeegse Longitudinale Studie naar de sociale ontwikkeling van kinderen. De onderzoekers volgden leerlingen in hun laatste jaar van de basisschool en opnieuw in het eerste jaar van het voortgezet onderwijs. Zowel zelfrapportages over pestervaringen als beoordelingen door klasgenoten werden verzameld. Vriendschappen werden vastgesteld op basis van wederzijdse nominaties: alleen leerlingen die elkaar allebei als beste vriend aanduidden, golden als vrienden.

Op basis van hun overstapsituatie werden de leerlingen ingedeeld in drie groepen. De eerste groep bestond uit leerlingen die zonder klasgenoten overstapten naar het voortgezet onderwijs. De tweede groep bestond uit leerlingen die overstapten met klasgenoten, waaronder ten minste één vriend. De derde groep bestond uit leerlingen die overstapten met klasgenoten, maar zonder vrienden.

Bij zelfgerapporteerde pestervaringen ontstond een onverwacht patroon. Juist bij leerlingen die zonder enige bekende klasgenoot overstapten, bleek pesten het meest stabiel. Hun pestervaringen in groep 8 voorspelden in sterke mate hun ervaringen in de brugklas. Bij leerlingen die met klasgenoten overstapten, was dat verband er niet, ongeacht of zij met vrienden of niet-vrienden overstapten. De onderzoekers hadden juist verwacht dat een volledig nieuwe omgeving de beste kansen op een frisse start zou bieden.

Onzekerheid kan kwetsbaar maken

Een mogelijke verklaring die de onderzoekers aandragen, is dat leerlingen die alleen overstappen zich onzeker kunnen presenteren in hun nieuwe klas. Die onzekerheid kan hen juist kwetsbaar maken in een fase waarin nieuwe sociale hiërarchieën worden gevormd. Bekende gezichten, zelfs zonder hechte vriendschap, kunnen in dat opzicht een zekere mate van bescherming bieden tegen nieuwe pestincidenten.

Bij pesten zoals gerapporteerd door klasgenoten kwam een ander beeld naar voren. In alle drie de groepen bleef deze vorm van pesten relatief stabiel over de overgang heen. De mate van stabiliteit verschilde echter duidelijk. De hoogste stabiliteit werd gevonden bij leerlingen die overstapten met klasgenoten die geen vrienden waren. In deze groep was de samenhang tussen slachtofferschap vóór en na de overgang het sterkst.

Lijkt die vriend een beschermende rol te spelen

Deze uitkomst past bij de theoretische verwachting dat niet-vrienden eerder geneigd zijn om negatieve informatie over voormalige slachtoffers te delen in de nieuwe klas. In de periode waarin leerlingen hun plek in de groep bepalen, kan het benadrukken van de kwetsbaarheid van een ander helpen om de eigen positie te versterken. Wanneer een leerling daarentegen met ten minste één vriend overstapt, lijkt die vriend een beschermende rol te spelen. Vrienden zijn minder geneigd om negatieve reputaties door te geven en eerder geneigd om steun of verdediging te bieden.

Het onderscheid tussen zelfgerapporteerd en door peers gerapporteerd pesten blijkt daarmee essentieel. Zelfrapportages weerspiegelen de daadwerkelijke ervaringen van kinderen, terwijl peer-rapportages vooral laten zien hoe iemand in de groep wordt gezien. Die reputatie kan voortleven, ook wanneer het kind zelf minder pestincidenten ervaart. Het onderzoek laat zien dat reputaties uit het basisonderwijs via mee-overstappende klasgenoten kunnen doorwerken in het voortgezet onderwijs.

Geen eenvoudige vuistregels

De onderzoekers benadrukken dat hun bevindingen geen eenvoudige vuistregels opleveren voor schoolkeuze of klasindeling. Voor leerlingen die door klasgenoten als slachtoffer worden gezien, lijkt het belangrijk dat zij samen met een vriend overstappen. Voor leerlingen die zelf veel pestervaringen rapporteren, blijkt juist dat een overstap zonder bekende klasgenoten gepaard gaat met meer stabiliteit van pesten. Welke informatiebron daarbij het zwaarst moet wegen, is volgens de onderzoekers nog onduidelijk.

Zij pleiten voor vervolgonderzoek waarin beter wordt gekeken naar verschillende subgroepen, zoals aanvankelijke slachtoffers en niet-slachtoffers, en naar complexere overstapsituaties waarin leerlingen met zowel vrienden als niet-vrienden overstappen. Ook andere factoren, zoals het mee-overstappen van pesters of individuele kenmerken als zelfvertrouwen, verdienen volgens hen nadere aandacht.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor scholen suggereren de bevindingen dat leerlingen die door klasgenoten als slachtoffer worden gezien, baat kunnen hebben bij een overstap naar het voortgezet onderwijs in een klas waar ten minste één vriend uit de basisschool ook in terechtkomt. In het onderzoek hangt het meenemen van een vriend samen met minder stabiliteit van door klasgenoten gerapporteerd slachtofferschap dan wanneer leerlingen overstappen met meekomende niet-vrienden.

Voor leerlingen en ouders volgt uit het artikel dat een overstap met “bekende gezichten” niet automatisch nadelig is, maar dat vooral de aanwezigheid van een vriend relevant kan zijn. Als een leerling niet met een vriend kan overstappen, blijft het volgens de auteurs een open vraag of zelfrapportages of peer-rapportages van slachtofferschap zwaarder zouden moeten wegen bij praktische keuzes.

Voor beleidsmakers wijzen de auteurs erop dat in veel landen schoolkeuze en plaatsing niet altijd vrij is, bijvoorbeeld door loting. Juist daarom is meer onderzoek nodig naar procedures die beter aansluiten bij de behoeften van (gepeste) leerlingen, zodat beslissingen over overstap en plaatsing niet op onduidelijke aannames hoeven te rusten.

Voor onderzoekers benadrukt het artikel dat vervolgonderzoek nodig is met een persoonsgerichte aanpak, om te onderscheiden wat er gebeurt bij aanvankelijke slachtoffers en niet-slachtoffers, en om situaties uit elkaar te trekken waarin leerlingen alleen met vrienden overstappen versus met vrienden én niet-vrienden. Ook blijft het volgens de auteurs onduidelijk in welke volgorde reputatie en ervaren slachtofferschap elkaar beïnvloeden.

Bron: Pouwels, J. L., van den Berg, Y. H. M., Colpin, H., Cillessen, A. H. N., & Lansu, T. A. M. (2026). Co-Transitioning Peers Impact the Continuation of Victimization Across the Transition From Primary to Secondary School, Social Development. DOI: https://doi.org/10.1111/sode.70047

Ontdek meer onderwerpen