Onderzoekers uit Engeland, Ierland, Nederland, Portugal en Schotland onderzochten hoe lerarenopleiders hun professionele handelingsruimte ervaren en hoe die samenhangt met hun loopbaanontwikkeling. In het onderzoek wordt deze handelingsruimte aangeduid als professional agency: het vermogen van professionals om keuzes te maken, invloed uit te oefenen op hun werk en hun professionele ontwikkeling vorm te geven. Het onderzoek analyseert hoe deze handelingsruimte zichtbaar wordt in loopbaanverhalen van lerarenopleiders en wat die verhalen zeggen over het beroep.
Weinig bekend over hun eigen professionele ontwikkeling
Aanleiding voor de studie is dat lerarenopleiders een centrale rol spelen in de opleiding van nieuwe leraren en daarmee in onderwijsvernieuwing, terwijl er relatief weinig bekend is over hun eigen professionele ontwikkeling en loopbaanpaden. In alle vijf onderzochte landen blijkt bovendien dat er geen formele introductie bestaat voor professionals die beginnen als lerarenopleider binnen initiële lerarenopleidingen.
Het onderzoek maakt deel uit van het internationale project Teacher Educator Living Library (TELL), waarin loopbaanverhalen van lerarenopleiders worden verzameld in de vorm van podcasts. Voor dit artikel werden 45 interviews gehouden met lerarenopleiders uit Engeland, Ierland, Nederland, Portugal en Schotland. Na analyse bleken 44 verhalen geschikt voor verdere verwerking. De deelnemers werkten in het hoger onderwijs, op scholen of in beide contexten tegelijk.
De interviews hadden een narratief-biografisch karakter en richtten zich op vier centrale vragen over professionele identiteit, professionele kennis en loopbaanontwikkeling. De transcripten werden gezamenlijk geanalyseerd met behulp van kwalitatieve thematische analyse. Via open codering en gezamenlijke reflectie identificeerden de onderzoekers drie terugkerende thema’s in de loopbaanverhalen.
Een kloof tussen beleidsverwachtingen
Het eerste thema betreft de uiteenlopende en soms conflicterende verwachtingen waarmee lerarenopleiders te maken krijgen. In Nederland beschreef een schoolgebonden lerarenopleider bijvoorbeeld een kloof tussen beleidsverwachtingen van instellingen en overheid enerzijds en de dagelijkse praktijk in scholen anderzijds. Volgens deze deelnemer zouden beleidsmakers meer moeten leren van wat er daadwerkelijk in scholen gebeurt. Vergelijkbare spanningen werden ook in andere landen beschreven, bijvoorbeeld wanneer studenten innovatieve werkvormen leren tijdens hun opleiding maar deze op stagescholen niet kunnen toepassen door beperkte faciliteiten.
Het tweede thema gaat over de rol van onderzoek in het werk van lerarenopleiders. Sommige deelnemers beschrijven onderzoek als een bron van professionele ontwikkeling en samenwerking. In Nederland gaf een deelnemer aan dat onderzoek kan helpen om theorie en praktijk beter met elkaar te verbinden en om docenten in scholen te ondersteunen.
Voelen zich soms geïsoleerd
Tegelijkertijd blijkt dat vooral beginnende lerarenopleiders moeite hebben om onderzoek in hun werk te integreren. Zij ervaren onzekerheid over hoe zij onderzoeksactiviteiten kunnen ontwikkelen en voelen zich soms geïsoleerd bij het zoeken naar samenwerkingsverbanden. Meer ervaren lerarenopleiders weten doorgaans beter de weg te vinden naar internationale netwerken en onderzoeksprojecten.
Het derde thema betreft de routes naar een functie als lerarenopleider. Veel deelnemers beschreven hun loopbaan als grotendeels toevallig. Verschillende lerarenopleiders gaven aan dat zij in hun rol “terechtkwamen” zonder dat dit een expliciete loopbaankeuze was geweest. Rollen zoals mentor of begeleidend docent werden niet altijd formeel gezien als onderdeel van lerarenopleiding, waardoor de beroepsidentiteit diffuus bleef. Slechts één van de 45 deelnemers beschreef een duidelijk gepland carrièrepad richting lerarenopleiding.
Professionele kennis, professionele identiteit en professionele biografie
Volgens de onderzoekers hangen ervaringen van professionele handelingsruimte nauw samen met drie factoren: professionele kennis, professionele identiteit en professionele biografie. Juist op deze drie punten signaleren zij structurele tekortkomingen. Zo bestaat er geen breed gedeelde omschrijving van de specifieke kennis die lerarenopleiders nodig hebben voor hun werk. Ook ontbreken transparante loopbaanpaden en systematische begeleiding bij overgangen tussen rollen, bijvoorbeeld wanneer docenten vanuit scholen overstappen naar een rol in het hoger onderwijs.
De studie laat zien dat lerarenopleiders die meer professionele kennis en ervaring hebben opgebouwd, beter in staat zijn om met uiteenlopende eisen en verwachtingen om te gaan. Voor lerarenopleiders zonder die kennisbasis leiden dezelfde omstandigheden eerder tot frustratie en een gevoel van beperkte professionele handelingsruimte.
Meer onderzoek nodig en niet alleen in het Engels
De onderzoekers pleiten daarom voor een duidelijker ontwikkelpad voor lerarenopleiders. Zo’n routekaart zou kunnen helpen om professionele kennis systematisch op te bouwen en om rollen, identiteit en loopbaanontwikkeling binnen het beroep explicieter te maken.
Daarnaast pleiten de onderzoekers voor meer internationaal, nationaal en lokaal onderzoek naar de professionele kennis die samenhangt met lerarenopleiding. Volgens hen kan breder onderzoek in verschillende landen ook bijdragen aan het doorbreken van de dominantie van het Engels in dit onderzoeksveld, al lichten zij niet verder toe waarom dat een probleem vor
Wat betekent dit in de praktijk?
Voor lerarenopleidingen in Nederland laat het onderzoek zien dat loopbaanpaden voor lerarenopleiders vaak onduidelijk zijn. Het expliciet maken van rollen, verwachtingen en ontwikkelmogelijkheden kan bijdragen aan meer professionele handelingsruimte en betere ondersteuning van beginnende lerarenopleiders.
Voor lerarenopleiders wijzen de resultaten erop dat professionele kennis, identiteit en loopbaanervaring sterk samenhangen. Lerarenopleiders met meer ervaring en professionele netwerken blijken beter in staat om onderwijs, begeleiding en onderzoek te combineren.
Voor beleidsmakers maken de bevindingen duidelijk dat systematische ondersteuning van lerarenopleiders grotendeels ontbreekt. Volgens de onderzoekers kan een duidelijk ontwikkelpad bijdragen aan betere werving, ontwikkeling en behoud van lerarenopleiders.
Bron: Mynott, J. P., Wrynn, B., Van Beveren, P., Czerniawski, G. & Batista, P. (2026). Making individual teacher educator professional agency visible: findings from the teacher educator living library, European Journal of Teacher Education. DOI: https://doi.org/10.1080/02619768.2026.2642181