Voortgezet onderwijs

Leerlingen met ADHD en dyslexie boeken evenveel vooruitgang met standaard leesaanpak

Kinderen met zowel ADHD als dyslexie profiteren even goed van een standaard dyslexiebehandeling als kinderen met alleen dyslexie. Scholen hoeven hun aanpak voor lees- en spellingproblemen bij deze groep dus niet aan te passen. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam, dat laat zien dat ondersteuning in de praktijk vaak nog te eenzijdig op gedrag en aandacht is gericht.
Dyslexie

De studie, gepubliceerd in het tijdschrift Dyslexia. De studie sluit aan bij een bekend knelpunt in de onderwijspraktijk: leerlingen met ADHD krijgen vaak ondersteuning gericht op gedrag en aandacht, terwijl lees- en spellingproblemen onderbelicht blijven, ondanks het feit dat beide stoornissen regelmatig samen voorkomen.

Toch zijn behandeltrajecten in de praktijk vaak gescheiden georganiseerd

Tussen de 25 en 40 procent van de kinderen met ADHD voldoet ook aan de criteria voor dyslexie. Toch zijn behandeltrajecten in de praktijk vaak gescheiden georganiseerd. ADHD-interventies richten zich doorgaans op concentratie en gedrag en hebben geen aantoonbaar effect op lees- en spellingvaardigheid. Tegelijkertijd is het bewijs voor dyslexiebehandeling grotendeels gebaseerd op onderzoek bij kinderen zonder bijkomende problematiek, waardoor onduidelijk was of deze aanpak ook werkt in een meer complexe onderwijscontext.

In het onderzoek werden twee groepen kinderen met elkaar vergeleken: zestien kinderen met zowel ADHD als dyslexie en zestien kinderen met alleen dyslexie. Alle deelnemers waren doorverwezen naar een gespecialiseerde kliniek en voldeden aan strikte diagnostische criteria, waaronder een hardnekkig leestekort ondanks eerdere extra ondersteuning op school. Beide groepen waren vergelijkbaar in leeftijd, intelligentie, woordenschat en sociaaleconomische achtergrond.

Systematische instructie in klank-tekenkoppelingen

De interventie bestond uit een gestructureerd programma dat sterk lijkt op wat in het onderwijs en de dyslexiezorg gebruikelijk is: systematische instructie in klank-tekenkoppelingen, gecombineerd met oefeningen voor lezen en spelling. Leerlingen kregen ongeveer veertig weken lang wekelijks individuele begeleiding van vijftig minuten. Kinderen met ADHD ontvingen daarnaast de gebruikelijke ADHD-zorg, vaak in de vorm van psycho-educatie en medicatie.

De resultaten laten zien dat leerlingen met ADHD en dyslexie bij de start gemiddeld zwakker presteerden dan leerlingen met alleen dyslexie. Dat verschil bleef zichtbaar, maar beide groepen boekten vergelijkbare vooruitgang in leesvaardigheid. Voor spelling was er een aanwijzing dat de vooruitgang bij de combinatiegroep zelfs groter was, al kwalificeren de onderzoekers dit als beperkt bewijs.

Voor spelling was de vooruitgang nog groter

Over alle deelnemers samen verbeterde de positie ten opzichte van leeftijdsgenoten duidelijk. De gemiddelde leesprestatie steeg van een zeer laag percentiel naar een hoger, maar nog steeds ondergemiddeld niveau. Voor spelling was de vooruitgang nog groter, met een verschuiving richting het gemiddelde van de normgroep.

Voor de onderwijspraktijk is vooral relevant dat de effectiviteit van de dyslexiebehandeling niet werd verminderd door de aanwezigheid van ADHD. De onderzoekers concluderen dat het standaardprotocol voor dyslexie ook geschikt is voor leerlingen met een gecombineerde diagnose. Tegelijkertijd onderstrepen zij dat interventies die zich uitsluitend richten op ADHD geen effect hebben op lees- en spellingproblemen, terwijl juist die problemen samenhangen met latere schoolloopbaan en arbeidsmarktkansen.

Minder gescheiden benaderingen van leer- en gedragsproblemen

De bevindingen passen in een bredere ontwikkeling waarin wordt gepleit voor minder gescheiden benaderingen van leer- en gedragsproblemen. In plaats van aparte trajecten per diagnose wijzen de resultaten op het belang van een gecombineerde aanpak, waarin zowel aandacht- en gedragsproblemen als taalvaardigheden systematisch worden aangepakt binnen het onderwijs en de zorg.

De onderzoekers benadrukken wel dat de studie gebaseerd is op een kleine groep en dat vervolgonderzoek nodig is. Ook waren de metingen niet volledig geblindeerd, wat invloed kan hebben op de uitkomsten. Bovendien gelden de resultaten specifiek voor kinderen met een formele diagnose van zowel ADHD als dyslexie en zijn ze niet automatisch van toepassing op leerlingen met lichtere leesproblemen zonder officiële diagnose.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor scholen en leraren laat dit onderzoek zien dat leerlingen met ADHD en dyslexie niet gebaat zijn bij een afwijkende leesaanpak. Het reguliere, gestructureerde dyslexieonderwijs kan ook bij deze groep effectief worden ingezet, mits er voldoende intensieve en individuele ondersteuning is.

Voor intern begeleiders en zorgcoördinatoren maken de resultaten duidelijk dat ondersteuning voor ADHD en voor leesproblemen niet los van elkaar georganiseerd moet worden. Begeleiding die zich alleen richt op gedrag of aandacht laat lees- en spellingproblemen ongemoeid.

Voor beleidsmakers en samenwerkingsverbanden onderstrepen de bevindingen het belang van geïntegreerde ondersteuning. Leerlingen met gecombineerde problematiek vragen geen afzonderlijke trajecten per diagnose, maar een samenhangende aanpak waarin onderwijs en zorg op elkaar aansluiten.

Bron: Verwimp, C. T., Meiboom, N., & Tijms, J. (2026). Short Report: Intervention of Reading and Spelling Problems in Children With Co-Occurring Attention-Deficit Hyperactivity Disorder and Dyslexia, Dyslexia. DOI: https://doi.org/10.1002/dys.70032

Ontdek meer onderwerpen