Primair onderwijs

Hoogbegaafdheid verdient aandacht door de hele levensloop

Hoogbegaafdheid vraagt om beter onderwijs, vanaf de kinderopvang tot en met het hoger onderwijs en daarbuiten. Dat betoogde Anouke Bakx vrijdag bij haar oratie als bijzonder hoogleraar hoogbegaafdheid, transities en maatschappelijke impact aan Tilburg University.

Hoogbegaafdheid biedt grote kansen voor individuele ontwikkeling en maatschappelijke vooruitgang, maar die ontplooiing komt niet vanzelf tot stand. Dat stelde Anouke Bakx donderdag bij haar oratie ter gelegenheid van haar benoeming tot bijzonder hoogleraar hoogbegaafdheid, transities en maatschappelijke impact aan Tilburg University. Hoewel er de afgelopen decennia meer aandacht is gekomen voor het onderwerp, bestaan er volgens haar nog altijd hardnekkige misvattingen, wordt veel potentieel onvoldoende benut en spelen sociaaleconomische ongelijkheden een grote rol. “Er is dus nog veel werk te doen,” aldus Bakx.

De bijzondere leerstoel is ondergebracht bij het departement ontwikkelingspsychologie van de Tilburg School of Social and Behavioral Sciences en wordt mogelijk gemaakt door Stichting Mensafonds. Bakx is daarnaast lector bij Fontys Hogeschool en academic director van de academische pabo in Tilburg. In haar oratie, getiteld Hoogbegaafd to the point, schetste zij een breed onderzoeksprogramma dat niet stopt bij het onderwijs, maar de volledige levensloop bestrijkt.

Bakx benadrukte dat het merendeel van het bestaande onderzoek zich richt op hoogbegaafde kinderen, terwijl er over hoogbegaafde volwassenen en met name over hoogbegaafde senioren opvallend weinig bekend is. “Als we kijken naar publicaties over hoogbegaafde kinderen en leerlingen, zien we vanaf de jaren zestig een duidelijke toename,” zei zij. “Maar in vergelijking met andere onderzoeksdomeinen is hoogbegaafdheid nog steeds relatief jong. En hoe verder we komen in de levensfasen, hoe dunner de kennisbasis wordt.”

Met haar nieuwe leerstoel wil Bakx dat hiaat verkleinen door hoogbegaafdheid te bestuderen in samenhang met belangrijke overgangen in het leven, zoals die van kinderopvang naar basisschool, van onderwijs naar werk en van werk naar senioriteit. Die keuze is volgens haar deels pragmatisch. “Er zijn natuurlijk veel meer mogelijke routes, maar ik moest het vandaag ook enigszins behapbaar houden.”

Centraal in haar benadering staat het idee van de zogenoemde person-environment fit: de mate waarin de kenmerken, behoeften en mogelijkheden van een individu aansluiten bij de verwachtingen en randvoorwaarden van de omgeving. “Het beste scenario is natuurlijk een goede match tussen persoon en omgeving,” lichtte Bakx toe. “Voor hoogbegaafde mensen kan die afstemming complex zijn. Niet iedere omgeving sluit vanzelfsprekend aan bij hun behoeften, maar het omgekeerde geldt ook. Als je je als hoogbegaafd persoon voortdurend moet aanpassen, is dat niet bevorderlijk voor je zelfbeeld en je welbevinden.”

Dat potentieel leidt niet automatisch tot ontwikkeling of prestaties

Hoogbegaafdheid ziet Bakx niet als een vaststaand label, maar als een ontwikkelingspotentieel. In haar woorden gaat het in de kern om een hoge intelligentie in combinatie met een creatief en associatief denkvermogen. “Als daar motivatie, interesse en drive bij komen, spreken we van hoogbegaafd potentieel. Maar dat potentieel leidt niet automatisch tot ontwikkeling of prestaties. Daarvoor is de interactie met de omgeving cruciaal.”

Juist bij jonge kinderen blijkt die afstemming vaak problematisch. In de kinderopvang en de onderbouw van het basisonderwijs is volgens Bakx nog relatief weinig aandacht voor ontwikkelingsvoorsprongen. “Die worden nogal eens gemist. Er is simpelweg meer onderzoek en meer expertise nodig om vroegtijdig te kunnen signaleren.”

Kinderen met een migratieachtergrond worden over het hoofd gezien

Daarbij worden bepaalde groepen structureel over het hoofd gezien, zoals kinderen met een migratieachtergrond, kinderen voor wie Nederlands niet de eerste taal is, kinderen uit gezinnen met een lagere sociaaleconomische status en meisjes. Ook zogenoemde dubbel bijzondere leerlingen, hoogbegaafde kinderen met leer- of aandachtsproblemen, worden vaak niet als zodanig herkend.

Het ontbreken van herkenning en passende begeleiding kan leiden tot een mismatch tussen kind en omgeving, met mogelijke problemen tot gevolg. “Het hoogbegaafde kind bestaat niet,” benadrukte Bakx. “Ze verschillen enorm van elkaar, bijvoorbeeld in persoonlijkheid en gevoeligheid. Maar als die verschillen niet worden gezien en er geen passende ondersteuning is, kan dat schadelijk zijn.”

Het gaat om een relatief kleine groep, ergens tussen de 2,5 en 10 procent van alle leerlingen

Een terugkerend thema in haar betoog was het belang van contact met ontwikkelingsgelijken. Voor hoogbegaafde kinderen is ontmoeting met andere hoogbegaafden volgens Bakx van groot belang voor hun cognitieve ontwikkeling, hun zelfbeeld en hun gevoel van erbij horen. “Het gaat om een relatief kleine groep, ergens tussen de 2,5 en 10 procent van alle leerlingen. Ze zijn dus bijna altijd in de minderheid.” Zulke ontmoetingen kunnen plaatsvinden binnen reguliere groepen, op begaafdheidsprofielscholen, in plusklassen of in voltijdvoorzieningen voor hoogbegaafde leerlingen. “Al die vormen zijn nodig, omdat voor ieder kind de juiste person-environment fit anders is.”

De overgang naar het voortgezet onderwijs vormt daarbij een extra kwetsbaar moment. Hoe leerlingen die overgang ervaren, hangt sterk samen met relaties met docenten en medeleerlingen. “Eén docent of één klasgenoot kan al het verschil maken,” zei Bakx. Ze wees erop dat in het voortgezet onderwijs vaak een motivatiedip optreedt. “De leerzin verandert dan in weerzin, en hoogbegaafde leerlingen vormen daarop geen uitzondering.”

Verminderd welbevinden, onderpresteren en schooluitval

Onderzoek van promovenda Lieneke van Tricht laat zien dat hoogbegaafde leerlingen uit gezinnen met een lagere sociaaleconomische status daarbij extra risico lopen. Hun potentieel wordt minder vaak gezien, soms zelfs door henzelf niet. “Meer zelfinzicht en een goede onderwijsomgeving vergroten de kans op succes,” aldus Bakx. “Het tegenovergestelde leidt tot het risico van een mismatch, met gevolgen als verminderd welbevinden, onderpresteren en schooluitval.”

Die problematiek raakt volgens haar aan een bredere ontwikkeling. Steeds meer leerlingen vallen geheel of gedeeltelijk uit het onderwijs. Exacte cijfers ontbreken, maar het gaat volgens oudervereniging Balans om vele duizenden kinderen, onder wie ook veel hoogbegaafde leerlingen. “Elke leerling die niet naar school kan vanwege niet passend onderwijs, is er één te veel,” stelde Bakx. “Uitsluiting en het niet naar school kunnen gaan kan traumatisch zijn.”

Het moet wel ergens over gaan

Ook na het onderwijs blijven vergelijkbare vraagstukken spelen. Over hoogbegaafde studenten is bekend dat cognitieve uitdaging, positieve contacten met peers en het ervaren van zingeving belangrijke succesfactoren zijn. “Het moet wel ergens over gaan,” zei Bakx.

Over hoogbegaafde volwassenen en hun functioneren in werk is daarentegen nog weinig systematische kennis beschikbaar. Veel hoogbegaafden hebben een sterke behoefte aan autonomie, diepgang, creativiteit en betekenisvol werk. “Als daar in de werkomgeving geen ruimte voor is, kan opnieuw een mismatch ontstaan, met frustratie, onderbenutting van talent en zelfs uitval tot gevolg.”

Hoogbegaafde senioren zouden best wel eens het talent van de toekomst kunnen worden

Bijzondere aandacht vroeg Bakx voor hoogbegaafde senioren, een groep waar vrijwel geen onderzoek naar is gedaan. In een samenleving die snel vergrijst, kunnen zij volgens haar juist van grote waarde zijn. “De vergrijzing neemt wereldwijd toe en hoogbegaafde senioren zouden best wel eens het talent van de toekomst kunnen worden,” stelde zij. Hoogbegaafde senioren behouden vaak relatief lang hun cognitieve vermogens en blijven sociaal en intellectueel actief. Ze hebben daarbij vaak “een sterke behoefte aan generativiteit, aan het doorgeven van kennis en ervaring aan volgende generaties”.

Bakx verwees naar literatuuronderzoek waaruit blijkt dat hoogbegaafde senioren hun leven vaak als psychologisch rijk ervaren, mits gezondheid, sociale relaties en zelfbeeld in balans blijven. Tegelijkertijd kunnen zij ontwikkelingsgelijken missen, zeker wanneer hun hoogbegaafdheid pas laat of helemaal niet is herkend. “Daar liggen nog enorme kansen, zowel voor henzelf als voor de maatschappij.”

Voor haar verdere onderzoek wil Bakx voortbouwen op de POINT-methodiek, een aanpak waarin onderzoekers, professionals en betrokkenen gezamenlijk werken aan kennisontwikkeling. POINT staat voor Passend Onderwijs Ieder Nieuw Talent. Die methodiek wil zij uitbreiden naar onderzoek onder hoogbegaafde volwassenen en senioren, waarbij ook participatief onderzoek een rol krijgt. “Samen met hoogbegaafden in verschillende levensfasen onderzoek doen, zodat hun stem echt gehoord wordt.”

Waar potentieel de ruimte krijgt, ontstaat betekenis

Bakx sloot haar oratie af met een bredere reflectie op de maatschappelijke betekenis van hoogbegaafdheid. Hoogbegaafd potentieel is volgens haar niet alleen relevant voor het individu, maar ook voor vraagstukken rond innovatie, beleid en sociale rechtvaardigheid. “Waar potentieel de ruimte krijgt, ontstaat betekenis. En waar betekenis gedeeld wordt, groeit niet alleen het individu, maar groeit de wereld mee.”

Na afloop sprak interim vice-rector magnificus Antoinette de Bont haar waardering uit voor het geschetste perspectief. Zij prees Bakx’ benadering waarin hoogbegaafdheid wordt gezien als een kans in plaats van als een belemmering en wenste haar succes met de uitvoering van de onderzoeksopdracht.

Ontdek meer onderwerpen