Voortgezet onderwijs

Voortgezet onderwijs mist gerichte ondersteuning voor digitale onderzoeksvaardigheden

Docenten en leerlingen in het Nederlandse voortgezet onderwijs erkennen unaniem het belang van digitale onderzoeksvaardigheden, maar ervaren dat de ondersteuning om deze vaardigheden daadwerkelijk te ontwikkelen tekortschiet.

Leerlingen geven aan behoefte te hebben aan concrete, stapsgewijze begeleiding bij het gebruik van digitale hulpmiddelen, terwijl docenten vooral zoeken naar betere inbedding van deze vaardigheden in het curriculum en naar praktische handvatten om onderzoeksprojecten te begeleiden.

Aanleiding voor het onderzoek is de aanhoudende zorg dat leerlingen onvoldoende voorbereid doorstromen naar het hoger onderwijs. Universiteitsdocenten signaleren dat eerstejaarsstudenten in bèta- en natuurwetenschappelijke opleidingen regelmatig moeite hebben met het zoeken en beoordelen van wetenschappelijke bronnen, het verwerken en visualiseren van data en het correct opstellen van onderzoeksverslagen met digitale middelen. Deze vaardigheden zijn volgens de onderzoekers essentieel in een onderzoekspraktijk die in toenemende mate digitaal is ingericht.

Specifieke combinatie van onderzoeksvaardigheden en digitale vaardigheden

De onderzoekers definiëren digitale onderzoeksvaardigheden als een specifieke combinatie van onderzoeksvaardigheden en digitale vaardigheden. Waar onderzoeksvaardigheden bijvoorbeeld betrekking hebben op het formuleren van onderzoeksvragen of het interpreteren van resultaten, en digitale vaardigheden op het technisch bedienen van software, ontstaan digitale onderzoeksvaardigheden juist in de samenhang tussen beide.

Het gaat dan onder meer om het toepassen van geavanceerde zoekstrategieën in digitale databanken, het verwerken van datasets met analysetools en het correct gebruik van functies in tekstverwerkings- en rekenprogramma’s bij het rapporteren van onderzoeksresultaten.

Welke vormen van ondersteuning als het meest helpend worden gezien.

Het belang van deze studie ligt in de spanning tussen beleidsambities en onderwijspraktijk. In het Nederlandse voortgezet onderwijs zijn in de afgelopen jaren verschillende vakken en leerlijnen ingevoerd die expliciet aandacht besteden aan onderzoeksvaardigheden, zoals algemene natuurwetenschappen, academische vaardigheden, natuur, leven en technologie en onderzoek en ontwerp. Tegelijkertijd is onduidelijk hoe docenten en leerlingen de ondersteuning binnen deze vakken daadwerkelijk ervaren. Door beide perspectieven systematisch te onderzoeken, beoogden de onderzoekers inzicht te krijgen in waar de knelpunten zitten en welke vormen van ondersteuning als het meest helpend worden gezien.

Voor het onderzoek werden tussen april en juni 2023 semigestructureerde focusgroepinterviews gehouden met zowel docenten als leerlingen. Acht ervaren natuurkunde- en scheikundedocenten uit verschillende regio’s namen deel aan twee online focusgroepen. Alle docenten hadden ervaring met het begeleiden van onderzoeksprojecten in zowel de onder- als bovenbouw van het voortgezet onderwijs. Daarnaast werden op een grote stedelijke middelbare school veertien leerlingen uit een klas natuur, leven en technologie geïnterviewd. De gesprekken met leerlingen vonden plaats tijdens schoolpauzes en nadat alle beoordelingen waren afgerond. De onderzoeker had geen onderwijsrelatie met de deelnemende leerlingen, wat de openheid van de gesprekken vergrootte.

Alle interviews zijn opgenomen, volledig getranscribeerd en geanonimiseerd. In totaal werden 46 relevante en zelfstandig leesbare uitspraken geselecteerd voor analyse. Deze uitspraken zijn volgens een bottom-up benadering gecategoriseerd. Een tweede onderzoeker codeerde dezelfde uitspraken onafhankelijk, wat resulteerde in een zeer hoge overeenstemming van 98 procent.

Onderzoeksvaardigheden zouden meer en structureler aandacht moeten krijgen

Uit de gesprekken blijkt dat docenten en leerlingen het belang van digitale onderzoeksvaardigheden delen, maar verschillende accenten leggen in hun ondersteuningsbehoeften. Alle geïnterviewde docenten geven aan ontevreden te zijn over het huidige niveau van deze vaardigheden bij hun leerlingen. Zij vinden dat digitale onderzoeksvaardigheden meer en structureler aandacht zouden moeten krijgen binnen de reguliere lessen, in plaats van slechts aan bod te komen in losse projecten of aan het einde van de schoolloopbaan.

Docenten benoemen daarbij meerdere knelpunten. Zij geven aan behoefte te hebben aan concrete ondersteuningsmiddelen voor leerlingen, zoals duidelijke structuren, voorbeelden en beoordelingscriteria. Tegelijkertijd erkennen sommige docenten dat zij zelf niet alle digitale onderzoeksvaardigheden volledig beheersen en dat dit het begeleiden en beoordelen van leerlingen bemoeilijkt.

Zonder dat deze eerder systematisch zijn opgebouwd

Ook wijzen zij op het ontbreken van een doorlopende leerlijn, waardoor leerlingen in korte tijd veel nieuwe vaardigheden moeten toepassen zonder dat deze eerder systematisch zijn opgebouwd. Daarnaast noemen docenten het belang van samenwerking tussen vakken en de beschikbaarheid van specifiek ontwikkeld lesmateriaal.

Leerlingen richten zich in hun wensen vooral op de uitvoeringspraktijk. Een meerderheid geeft aan dat schriftelijke handleidingen of algemene instructies onvoldoende houvast bieden bij het gebruik van programma’s als Word en Excel. Zij willen vooral in de klas zien hoe bepaalde functies werken, bijvoorbeeld bij het invoegen van automatische figuurverwijzingen, het maken van grafieken of het werken met formule-editors.

Wanneer zij vastlopen, zoeken sommige leerlingen aanvullende ondersteuning via online instructievideo’s. Anderen geven aan dat een overzichtelijke checklist hen zou helpen om te begrijpen wat er van hen verwacht wordt. Meerdere leerlingen benadrukken het belang van tussentijdse feedback tijdens het onderzoeksproces, omdat fouten anders pas zichtbaar worden bij de eindbeoordeling.

Door de uitkomsten van de focusgroepen te combineren met bestaande literatuur over scaffolding, formuleerden de onderzoekers tien concrete suggesties voor ondersteuning. Deze richten zich zowel op leerlingen als op docenten en op de inrichting van een ondersteunende leeromgeving. Voor leerlingen gaat het onder meer om overzichtelijke checklists met rubrieken, stapsgewijze uitleg bij toenemende complexiteit, voorbeelden van veelgemaakte fouten en toegang tot een mediabibliotheek met instructiemateriaal.

Het belang van visuele overzichten

Voor docenten benadrukken de onderzoekers het belang van visuele overzichten die de samenhang tussen onderzoeksvaardigheden en digitale vaardigheden verduidelijken, evenals toegang tot voorbeelden en literatuur over vakoverstijgende integratie. Daarnaast wijzen zij op het nut van systemen die voortgang, zelfevaluatie en directe feedback mogelijk maken.

Volgens de onderzoekers kunnen deze aanbevelingen bijdragen aan een betere aansluiting tussen voortgezet en hoger onderwijs. Door digitale onderzoeksvaardigheden al tijdens de middelbare school systematisch en herhaaldelijk te ontwikkelen, worden leerlingen beter voorbereid op de eisen van academisch onderzoek. Tegelijkertijd krijgen docenten meer houvast bij het begeleiden van onderzoeksprojecten. Het onderzoek laat zien dat motivatie bij zowel docenten als leerlingen aanwezig is, maar dat gerichte en toegankelijke ondersteuning nodig is om digitale onderzoeksvaardigheden daadwerkelijk tot bloei te laten komen in het Nederlandse voortgezet onderwijs.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor scholen en schoolbesturen laat dit onderzoek zien dat digitale onderzoeksvaardigheden niet vanzelf ontstaan door ze incidenteel aan te bieden in profielwerkstukken of onderzoeksopdrachten. Een doorlopende leerlijn, waarin deze vaardigheden vanaf de onderbouw systematisch worden opgebouwd en herhaald, is volgens docenten essentieel om leerlingen voldoende voor te bereiden.

Voor docenten maken de bevindingen duidelijk dat behoefte bestaat aan concreet lesmateriaal, duidelijke beoordelingskaders en ondersteuning bij eigen vaardigheidsontwikkeling. Docenten geven aan dat zij beter in staat zijn leerlingen te begeleiden wanneer digitale onderzoeksvaardigheden expliciet onderdeel zijn van de lespraktijk en niet losstaan van de vakinhoud.

Voor leerlingen onderstreept het onderzoek het belang van praktische, stapsgewijze begeleiding en tussentijdse feedback. Leerlingen geven aan dat zij digitale onderzoeksvaardigheden vooral leren door ze concreet te zien en toe te passen, met duidelijke voorbeelden en ruimte om fouten tijdig te corrigeren.

Bron: Blankendaal-Tran, K. N., Meulenbroeks, R. F. G. & van Joolingen, W. R. (2026). Teachers’ and students’ needs for supporting digital research skills in secondary STEM education, European Journal of STEM Education, 11(1). DOI: https://doi.org/10.20897/ejsteme/17755

Ontdek meer onderwerpen