Aanleiding voor het onderzoek was de spanning tussen beleidsmatige ambities rond schooluitwisseling en de beperkte aandacht voor de ervaringen van docenten die deze uitwisselingen daadwerkelijk organiseren en begeleiden. In Europese programma’s, zoals Erasmus+, wordt schooluitwisseling gepresenteerd als een ideaal middel om taalvaardigheid en interculturele competenties te versterken. In empirisch onderzoek is die praktijk echter nauwelijks onderzocht, zeker waar het gaat om kortdurende, groepsgewijze uitwisselingen in het voortgezet onderwijs. De perspectieven van docenten, terwijl zij een sleutelrol spelen in de uitvoering, ontbreken daarbij grotendeels.
Nachbarsprache & buurcultuur
De onderzoekers interviewden daarom docenten die deelnamen aan het Interreg-project Nachbarsprache & buurcultuur, een grootschalig programma waarin Nederlandse en Duitse scholen in de grensregio samenwerkten. Het project betrok bijna zeventig scholen, ongeveer zesduizend leerlingen en circa 130 docenten. De interviews vonden plaats tussen november 2017 en maart 2018 en vormden de basis voor een kwalitatieve inhoudsanalyse.
De deelnemende docenten kwamen van twintig verschillende scholen, verspreid over Nederland en de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen. De groep bestond uit zowel taal- als niet-taaldocenten, met uiteenlopende leeftijden en ervaringsniveaus. Alle Nederlandse docenten hadden Duits geleerd; bij de Duitse docenten had 41,9 procent kennis van het Nederlands. De interviews duurden gemiddeld drie kwartier tot een uur en werden afgenomen in het Nederlands of Duits, afhankelijk van de voorkeur van de docent.
Voor de analyse gebruikten de onderzoekers een inductieve kwalitatieve inhoudsanalyse volgens de methodiek van Mayring. In totaal werden 364 tekstfragmenten gecodeerd, verdeeld over 93 inhoudelijke categorieën. De analyse richtte zich uiteindelijk op de tien meest voorkomende categorieën, die samen werden gegroepeerd in vier centrale thema’s.
Schooluitwisseling wordt bovendien gezien als een manier om de horizon te verbreden
Het eerste thema betreft de doelen en opbrengsten die docenten aan schooluitwisseling toeschrijven. Zij benadrukken dat uitwisseling bijdraagt aan leerprocessen die verder gaan dan vakspecifieke kennis of taalvaardigheid. Docenten wijzen vooral op het ontstaan van duurzame persoonlijke relaties tussen leerlingen, die ook na afloop van de uitwisseling blijven bestaan. Via die relaties, zo geven zij aan, vindt leren plaats op een breder, reflectief niveau. Schooluitwisseling wordt bovendien gezien als een manier om de horizon te verbreden, niet alleen voor leerlingen maar ook voor docenten zelf. De ontmoetingen maken het mogelijk om andere perspectieven te ervaren en vertrouwde aannames ter discussie te stellen.
Daarnaast benadrukken docenten het belang van authentieke leersituaties. In tegenstelling tot het klaslokaal biedt schooluitwisseling volgens hen contexten waarin communicatie vanzelfsprekend en betekenisvol is. Dat geldt niet alleen voor taalgebruik, maar ook voor intercultureel leren en historisch of maatschappelijk inzicht. Meerdere docenten geven expliciet aan dat schooluitwisseling volgens hen niet gereduceerd mag worden tot taalonderwijs alleen.
Het tweede thema betreft de plaats van schooluitwisseling binnen het curriculum en het schoolleven. Veel docenten vinden dat uitwisseling geen individuele activiteit van een taaldocent zou moeten zijn, maar een schoolbrede aangelegenheid. Zij pleiten voor betrokkenheid van meerdere vakken en voor verankering in de bredere onderwijspraktijk.
Wanneer uitwisseling wordt gedragen door de hele school, wordt het niet alleen duurzamer, maar ook betekenisvoller
Wanneer uitwisseling wordt gedragen door de hele school, zo stellen zij, wordt het niet alleen duurzamer, maar ook betekenisvoller voor leerlingen en collega’s. Tegelijkertijd benadrukken docenten het belang van inhoudelijke afstemming tussen uitwisseling en regulier onderwijs. Uitwisseling moet doelgericht zijn en aansluiten bij wat leerlingen in de lessen doen, zonder dat het volledig los komt te staan van het curriculum.
Het derde thema laat zien hoe persoonlijk schooluitwisseling voor veel docenten is. Zij beschrijven hun betrokkenheid als een ‘hartzaak’ en geven aan dat succesvolle uitwisseling vraagt om intrinsieke motivatie. Schooluitwisseling kost volgens hen veel extra tijd en energie, bovenop reguliere werkzaamheden. Die extra inzet ervaren zij echter als de moeite waard, omdat de opbrengst groot is, zowel voor henzelf als voor hun leerlingen. Tegelijkertijd benadrukken docenten dat uitwisseling niet moet worden afgedwongen. Zonder persoonlijke overtuiging en enthousiasme, zo stellen zij, is het moeilijk om leerlingen te motiveren en de uitwisseling tot een succes te maken.
Opvallend is dat docenten zichzelf ook expliciet als lerenden beschouwen
Het vierde thema heeft betrekking op de doelgroep van schooluitwisseling. Veel docenten vinden dat leerlingen enige kennis van de buurlandtaal moeten hebben om optimaal van de uitwisseling te profiteren, al hoeft deelname niet beperkt te blijven tot leerlingen die die taal als examenvak volgen. Interesse en motivatie worden minstens zo belangrijk gevonden. Opvallend is dat docenten zichzelf ook expliciet als lerenden beschouwen. Zij zien schooluitwisseling niet alleen als iets dat leerlingen ten goede komt, maar ook als een kans voor hun eigen professionele en persoonlijke ontwikkeling.
Bij de analyse van achtergrondkenmerken zien de onderzoekers enkele verschillen. Docenten van niet-taalvakken en docenten van scholen verder van de grens benadrukken relatief vaker de brede, holistische waarde van schooluitwisseling. De onderzoekers verklaren dit doordat deelname voor deze groepen minder vanzelfsprekend is en daardoor bewuster wordt overwogen. Nederlandse docenten spreken vaker over schooluitwisseling als een schoolbrede verantwoordelijkheid dan hun Duitse collega’s, mogelijk samenhangend met verschillen in de organisatie van het onderwijs. Ook oudere en meer ervaren docenten leggen vaker de nadruk op schoolbrede inbedding.
De onderzoekers concluderen dat docenten schooluitwisseling zien als een inclusieve en holistische leerervaring, die verder gaat dan traditionele opvattingen over taalverwerving. Hun perspectief wijst op het belang van bewuste didactische keuzes en structurele inbedding in het onderwijs, zowel voor leerlingen als voor docenten.
Wat betekent dit in de praktijk?
Voor docenten laat dit onderzoek zien dat schooluitwisseling kan worden ingezet als een leeromgeving die verder reikt dan taalonderwijs alleen. Door uitwisseling te benaderen als een context voor persoonlijke relaties, perspectiefwisseling en authentieke leerervaringen, kunnen docenten bewuster omgaan met voorbereiding, begeleiding en reflectie, zonder de nadruk eenzijdig op taalprestaties te leggen.
Voor scholen maakt het onderzoek zichtbaar dat schooluitwisseling aan kracht wint wanneer zij niet wordt gedragen door individuele docenten, maar wordt ingebed in het bredere schoolleven. Betrokkenheid van meerdere vakken en aansluiting bij het curriculum dragen volgens de geïnterviewde docenten bij aan duurzaamheid en betekenisvolle leerervaringen voor zowel leerlingen als medewerkers.
Het volledige onderzoek is te vinden via: https://doi.org/10.1515/eujal-2024-0061