Primair onderwijs

Nederlandse en internationale maatregelen tegen lerarentekorten hebben vooral op korte termijn effect

Maatregelen tegen het lerarentekort leveren in veel ontwikkelde landen slechts tijdelijke verlichting op. Beleidsingrepen zoals salarisverhogingen en kleinere klassen kunnen de druk op korte termijn verminderen, maar blijken op de langere termijn vaak onvoldoende houdbaar.

Structurele verbeteringen van arbeidsomstandigheden, professionele ondersteuning en opleiding zijn volgens internationaal onderzoek noodzakelijk om lerarentekorten duurzaam terug te dringen.

Het lerarentekort heeft in veel ontwikkelde landen een kritiek niveau bereikt, ondanks relatief stabiele economieën en goed gefinancierde onderwijssystemen. Een systematische literatuurstudie van Dave van Breukelen en Hanneke Theelen brengt in kaart welke maatregelen sinds 2007 zijn genomen om deze tekorten aan te pakken en welke effecten daarvan bekend zijn. Het onderzoek bestrijkt alle onderwijsniveaus en richt zich op landen met vergelijkbare sociaaleconomische kenmerken, waaronder Nederland, België, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Australië en Scandinavische landen. 

Achtergrond van het onderzoek

Aanleiding voor het onderzoek is de aanhoudende en wereldwijd groeiende vraag naar leraren. Volgens cijfers van UNESCO zijn er wereldwijd tot 2030 ongeveer 44 miljoen extra leraren nodig om te voorzien in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Ook in Europa en Noord-Amerika is de situatie zorgwekkend. In deze regio’s is naar verwachting slechts een minderheid van de landen in staat om hun behoefte aan leraren volledig te dekken. Voor het basisonderwijs wordt gerekend op een dekkingsgraad van ongeveer 38 procent, voor het voortgezet onderwijs zelfs slechts 25 procent.

Eerdere studies naar lerarentekorten richtten zich vaak op afzonderlijke landen, specifieke onderwijssectoren of losse fases van de loopbaan. Volgens de auteurs ontbreekt daardoor een samenhangend beeld van hoe oorzaken, gevolgen en beleidsmaatregelen zich tot elkaar verhouden over de gehele onderwijsloopbaan, van instroom tot uitstroom. Dit onderzoek sluit aan bij eerder werk van dezelfde auteurs, waarin de oorzaken en gevolgen van lerarentekorten in ontwikkelde landen systematisch zijn geanalyseerd.

Onderzoeksmethode

De studie is opgezet als een systematische literatuurreview. De onderzoekers doorzochten drie grote wetenschappelijke databases: Scopus, Web of Science en ERIC. Zij selecteerden peer reviewed artikelen die sinds 2007 zijn gepubliceerd en waarin empirisch wordt onderzocht welke maatregelen worden ingezet tegen lerarentekorten in ontwikkelde landen en wat daarvan de effecten zijn.

De zoekstrategie leverde aanvankelijk 1.608 unieke publicaties op. Met behulp van een geautomatiseerde screeningsmethode, aangevuld met handmatige beoordeling, werd dit aantal stapsgewijs teruggebracht. Na abstractscreening, volledige tekstbeoordeling en een kwaliteitsbeoordeling bleven uiteindelijk 46 studies over die voldeden aan de methodologische eisen. Deze studies zijn gezamenlijk gecodeerd en geanalyseerd met behulp van Atlas.ti, waarbij maatregelen zijn geplaatst binnen verschillende fasen van de onderwijsloopbaan.

Maatregelen langs de onderwijsloopbaan

Uit de analyse blijkt dat landen een breed scala aan maatregelen inzetten om lerarentekorten te bestrijden. Deze maatregelen zijn door de onderzoekers gegroepeerd in vijf hoofdcategorieën: ondersteuning en verbetering van de werkplek, financiële prikkels en beloningen, opleiding en professionele ontwikkeling, werving van leraren en betrokkenheid van stakeholders zoals scholen, opleidingen, overheid en samenleving.

Opvallend is dat de meeste maatregelen zich richten op leraren die al in dienst zijn. Ongeveer de helft van de beschreven interventies heeft betrekking op de fase waarin leraren werkzaam zijn in het onderwijs. Ongeveer een derde richt zich op de lerarenopleiding en slechts een klein deel op de werving en instroom van nieuwe leraren.

Effecten per loopbaanfase

In de wervingsfase blijken gerichte campagnes vooral effect te hebben wanneer zij zich richten op specifieke vakgebieden, regio’s of schooltypen waar de tekorten het grootst zijn. Financiële prikkels en het benadrukken van het maatschappelijk belang van het beroep kunnen leiden tot een tijdelijke toename van de instroom in lerarenopleidingen, maar deze effecten zijn doorgaans niet blijvend.

In de fase van de lerarenopleiding zijn financiële ondersteuning en flexibele opleidingsroutes belangrijk. Opleidingen die aansluiten bij eerdere werkervaring en die realistische praktijkervaring bieden, leiden tot beter voorbereide startende leraren en verkleinen de kans op uitval in de eerste jaren van het beroep.

Voor leraren die al werkzaam zijn, blijken ondersteuning op de werkplek en verbetering van arbeidsomstandigheden cruciaal. Mentorschap, inductieprogramma’s, vermindering van administratieve lasten en aandacht voor mentale gezondheid hangen samen met hogere tevredenheid en een grotere bereidheid om in het beroep te blijven.

Korte en lange termijn

Het onderzoek maakt een duidelijk onderscheid tussen maatregelen met een snel effect en maatregelen die bijdragen aan duurzame verandering. Salarisverhogingen, bonussen en kleinere klassen kunnen op korte termijn verlichting bieden, maar zijn vaak kwetsbaar voor budgettaire beperkingen en concurrentie met andere sectoren. Andere sectoren kunnen vergelijkbare financiële prikkels bieden, waardoor het relatieve voordeel van het onderwijs weer verdwijnt.

Maatregelen die gericht zijn op structurele verbetering van de werkomgeving, professionele ondersteuning en loopbaanperspectief laten daarentegen meer blijvende effecten zien. Deze interventies dragen niet alleen bij aan behoud van leraren, maar versterken ook het imago en de aantrekkelijkheid van het beroep op langere termijn.

Regionale verschillen en samenwerking

Een belangrijke conclusie is dat lerarentekorten ongelijk verdeeld zijn. Vooral landelijke gebieden, achterstandsscholen en scholen met specifieke onderwijsbehoeften worden hard getroffen. Hierdoor zijn uniforme oplossingen weinig effectief. Contextspecifieke strategieën, afgestemd op lokale omstandigheden, zijn noodzakelijk.

Tegelijkertijd benadrukt het onderzoek het belang van samenwerking tussen scholen, opleidingsinstellingen, overheden en andere betrokkenen. Zonder afstemming kunnen maatregelen elkaar tegenwerken of hun doel missen. Coördinatie op nationaal niveau, gecombineerd met ruimte voor lokale invulling, blijkt essentieel.

De auteurs wijzen op beperkingen in de bestaande literatuur. In veel studies lopen resultaten en interpretaties door elkaar, wat het lastig maakt om harde conclusies te trekken. Daarnaast is het merendeel van het onderzoek gebaseerd op momentopnames. Langlopend onderzoek naar de effecten van maatregelen over meerdere jaren ontbreekt grotendeels.

Voor toekomstig onderzoek pleiten de auteurs voor meer aandacht voor werving en opleiding van leraren. Begrip van de factoren die mensen ertoe bewegen om voor het leraarschap te kiezen, is volgens hen cruciaal om vroegtijdige uitval te voorkomen en het lerarenbestand op langere termijn te versterken.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor docenten en mentoren laat dit onderzoek zien dat leerlingen hun onderwijstraject vaak ervaren als het resultaat van eigen keuzes en inzet, ook wanneer formele keuzeruimte beperkt is. Het expliciet benoemen van hoe selectie, doorstroom en afstroom in het systeem daadwerkelijk werken kan helpen om verwachtingen te verduidelijken, zonder het gevoel van handelingsruimte bij leerlingen volledig weg te nemen.

Voor decanen en loopbaanbegeleiders maakt het onderzoek zichtbaar dat leerlingen structurele barrières, zoals beperkte mobiliteit of vroege selectie, zelden vanzelf koppelen aan hun eigen onderwijsuitkomsten. Het bespreekbaar maken van verschillende routes, inclusief de voorwaarden en kwetsbaarheden van opstroom en diplomastapeling, sluit aan bij hoe leerlingen hun mogelijkheden zelf interpreteren.

Voor schoolleiders en beleidsmakers onderstreept de studie het belang van aandacht voor leerlingpercepties bij de inrichting van keuzemomenten en begeleiding. Omdat leerlingen sterk meritocratisch denken en succes of falen primair aan zichzelf toeschrijven, kan beleid dat uitsluitend uitgaat van formele structuurkenmerken tekortschieten in de aansluiting op hun geleefde ervaring.

Voor ouders laat het onderzoek zien hoe sterk ouderlijke verwachtingen doorwerken in de manier waarop leerlingen hun keuzevrijheid en verantwoordelijkheid ervaren. Bewustzijn van deze invloed kan bijdragen aan meer ruimte voor verschillende onderwijsroutes, ook wanneer deze afwijken van de hoogste hiërarchische positie in het systeem.

DOI: 10.1177/14749041251401055

Ontdek meer onderwerpen